Bisdom Haarlem-Amsterdam









Wereldziekendag

Woensdag 11 februari

gepubliceerd: zondag, 8 februari 2026

De 34e We­reld­zie­ken­dag van de Rooms-Katho­lieke Kerk wordt op woens­dag 11 februari 2026 we­reld­wijd gevierd. De centrale, plech­tige vie­ring vindt dit jaar plaats in Chiclayo, Peru, maar in bis­dom­men, pa­ro­chies, zieken­hui­zen en zorgin­stel­lingen over de hele wereld - ook in Neder­land - staan gelo­vi­gen stil bij zieken en hun naasten.

Thema

Het thema van deze dag luidt: “Het medelij­den van de Samari­taan: lief­heb­ben door de pijn van de ander te dragen”. Paus Leo XIV heeft dit thema ver­der uit­ge­werkt in zijn bood­schap voor We­reld­zie­ken­dag 2026, die recent is ge­pu­bli­ceerd en in Neder­landse vertaling onderaan dit artikel staat weerge­ge­ven.

Peru

De inter­na­tio­nale vie­ring in Chiclayo loopt van 9 tot 11 februari en wordt geor­ga­ni­seerd door het Di­cas­te­rie voor de In­te­grale Men­se­lijke Ont­wik­ke­ling. Kar­di­naal Michael Czerny, prefect van dit di­cas­te­rie, zal als pau­se­lijk gezant aanwe­zig zijn. Tijdens een pers­con­fe­ren­tie in Rome lichtte hij toe waarom juist Chiclayo is gekozen: de beslis­sing kwam vooral voort uit prak­tische over­we­gingen, name­lijk het guns­tige klimaat in februari (temperaturen tussen 19 en 30 °C), dat de vie­ring min­der snel zou verstoren door slecht weer. Czerny noemde het een “gelukkige samenloop van omstan­dig­he­den”, zeker omdat paus Leo XIV er jarenlang als bis­schop heeft gewerkt.

Paus Leo XIV (voor­heen Robert Prevost) heeft een bij­zon­dere band met Peru: hij was er vanaf 1985 actief als augus­tijner mis­sio­na­ris, werd in 2015 bis­schop van Chiclayo en verwierf later ook de Peruaanse natio­na­li­teit. Kar­di­naal Czerny bena­drukte hoe de paus geraakt is door de manier waarop mensen in zijn voor­ma­lige bisdom omgaan met lij­den - niet alleen zorgpro­fes­sio­nals, maar de hele ge­meen­schap. “Het ontroerde mij hoe hij zelf is geraakt door de manier waarop de mensen in zijn bisdom omgaan met lij­den,” aldus Czerny.

Paus Johannes Paulus II

De We­reld­zie­ken­dag werd in 1992 inge­steld door paus Johannes Paulus II, mede naar aan­lei­ding van zijn eigen diagnose van de ziekte van Parkinson. Sinds 1993 wordt ze jaar­lijks gevierd op 11 februari, de ge­dach­te­nis van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, om aan­dacht te vragen voor zieken, hun families en allen die hen ver­zorgen - zowel binnen de Kerk als in de bre­dere samen­le­ving.

Uit­no­di­ging

In ons bisdom nodigen we ieder­een uit om op 11 februari (of in de dagen eromheen) deel te nemen aan een vie­ring in de eigen pa­ro­chie, een zie­ken­huis of zorg­cen­trum, bij­voor­beeld met zie­ken­zal­ving of een be­zin­nings­mo­ment rond het thema. Zo blijft de oproep tot compassie en naasten­liefde overal ter wereld klinken.

Wapen van paus Leo XIV

De Heilige Stoel

Bood­schap van de Heilige Vader Leo XIV
voor de 34ste We­reld­zie­ken­dag

11 februari 2026

Het medelij­den van de Samari­taan: lief­heb­ben door de pijn van de ander te dragen

 

Geliefde broe­ders en zusters,

De 34ste We­reld­zie­ken­dag zal plech­tig wor­den gevierd in Chiclayo, Perù, op 11 februari 2026. Voor deze gelegen­heid heb ik opnieuw het beeld van de barm­har­tige Samari­taan willen voor­hou­den, dat altijd actueel en nood­za­ke­lijk is om de schoon­heid van de naasten­liefde en de sociale dimensie van het medelij­den opnieuw te ont­dek­ken, om de aan­dacht te ves­tigen op de be­hoef­ti­gen en de lijden­den, zoals de zieken dat zijn.

Wij hebben allen deze ontroerende tekst van de heilige Lucas (Luc. 10, 25-37) gehoord en gelezen. Jezus geeft een wet­ge­leer­de die Hem vraagt wie de naaste is die bemind moet wor­den, een ant­woord door een verhaal te ver­tellen: een man die van Jericho naar Jeru­za­lem reisde, werd door rovers over­val­len en half­dood achter­ge­la­ten; een pries­ter en een leviet gingen voorbij, maar een Samari­taan kreeg medelij­den met hem, verbond zijn won­den, bracht hem naar een her­berg en betaalde voor zijn ver­zor­ging. Ik heb opnieuw een over­we­ging over deze Bijbelpassage willen voor­hou­den met de hermeneu­tische in­ter­pre­ta­tie van de en­cy­cliek Fratelli tutti van mijn geliefde voor­gan­ger paus Fran­cis­cus: hier wor­den het medelij­den en de barm­har­tig­heid ten opzichte van de be­hoef­ti­gen niet geredu­ceerd tot een pure in­di­vi­duele in­span­ning, maar verwezen­lijkt in een relatie: met de be­hoef­ti­ge broe­der en zuster, met allen die zorg voor hen dragen en aan de basis met God die ons zijn liefde schenkt.

1. De gave van de ont­moe­ting: de vreugde van het geven van nabij­heid en aanwe­zig­heid

Wij leven ondergedom­peld in een cultuur van snel­heid, haast, maar ook van afdan­king en onver­schil­lig­heid, die ons verhin­dert om dichtbij te komen en halt te hou­den langs de weg om te kijken naar de behoeften en het lij­den dat ons omringt. De parabel ver­telt dat de Samari­taan, toen hij de gewonde zag, niet “is gepasseerd”, maar voor hem een open en aan­dach­tige blik heeft gehad, de blik van Jezus, die hem bracht tot een men­se­lijke en solidaire nabij­heid. De Samari­taan “heeft haltge­hou­den; hij is hem nabij geweest; hij heeft hem ver­zorgd met zijn eigen han­den; hij heeft uit eigen zak betaald en zich over hem ontfermd. Hij heeft hem vooral ... zijn tijd gegeven”.1 Jezus on­der­richt niet wie de naaste is, maar hoe naaste te wor­den, dat wil zeggen hoe wij zelf naasten wor­den.2 Wat dit betreft, kunnen wij met de heilige Au­gus­ti­nus stellen dat de Heer niet heeft willen onder­wij­zen wie de naaste van die man was, maar van wie hij de naaste moest wor­den. Immers, niemand is de naaste van een ander, zolang hij niet vrijwillig dichtbij komt Daarom is degene die medelij­den had, de naaste gewor­den.3

De liefde is niet passief, zij gaat de ander tegemoet; naaste zijn hangt niet af van een fysieke of sociale nabij­heid, maar van een beslis­sing om lief te hebben. Daarom wordt de christen de naaste van wie lijdt, het voor­beeld volgend van Christus, de ware god­de­lijke Samari­taan die de gewonde mens­heid nabijkwam. Het gaat niet een­vou­digweg om filantropische daden, maar om tekens die laten zien dat per­soon­lijke deelname aan het lij­den van de ander het geven van zich­zelf inhoudt, dat het betekent een stap ver­der gaan dan het verza­digen van de be­hoef­ti­gen, zodat onze persoon deel is van wat we geven.4 Deze naasten­liefde voedt zich nood­za­ke­lijker­wijs door de ont­moe­ting met Christus, die zich uit liefde voor ons heeft gegeven. De heilige Fran­cis­cus legde dit heel goed uit, toen hij, sprekend over zijn ont­moe­ting met de melaatsen, zei: “De Heer zelf bracht mij onder hen”,5 omdat hij door hen de zoete vreugde van het lief­heb­ben had ontdekt.

Het geschenk van de ont­moe­ting wordt geboren uit de band met Jezus Christus, die wij herkennen als de barm­har­tige Samari­taan die ons het eeuwige heil heeft gebracht en die wij te­gen­woor­dig stellen wanneer wij ons buigen over een gewonde broe­der of zuster. De heilige Ambrosius zei: “Daar niemand dus voor ons meer een naaste is dan degene die onze won­den heeft genezen, laten wij hem als Heer lief­heb­ben en laten wij hem ook als naaste lief­heb­ben: niets is immers de ledematen zo nabij als het hoofd. Laten wij ook diegene lief­heb­ben die een navol­ger van Christus is: laten wij hem lief­heb­ben die lijdt om de armoede van anderen omwille van de een­heid van het lichaam”.6 Een zijn in de Ene in nabij­heid, te­gen­woor­dig­heid, in ont­van­gen en gedeelde liefde en zoals de heilige Fran­cis­cus genieten van de zoet­heid Hem ontmoet te hebben.

2. De gedeelde zen­ding in de zorg voor de zieken

De heilige Lucas gaat ver­der met te zeggen dat de Samari­taan “medelij­den voelde”. Medelij­den hebben, houdt een diepe emotie in, die aanzet tot han­de­len. Het is een gevoel dat van binnenuit opwelt en aanzet tot actie bij het lij­den van anderen. In deze parabel is medelij­den het kenmerk van de actieve liefde. Het is niet theore­tisch of senti­menteel, het ver­taalt zich in concrete gebaren: de Samari­taan nadert, geneest de won­den, hij neemt op zich en hij zorgt. Maar opgelet, hij doet het niet alleen, in­di­vi­dueel, “de Samari­taan zocht een gastheer die de zorg voor die man op zich kon nemen, zoals ook wij ge­roe­pen zijn om uit te nodigen en te ont­moe­ten in een “wij” dat sterker is dan de som van kleine in­di­vi­duen”.7 In mijn erva­ring als mis­sio­na­ris en bis­schop in Perù, heb ik zelf vast­ge­steld hoe veel mensen de barm­har­tig­heid en het medelij­den delen zoals de Samari­taan en de her­bergier. Fami­lie­le­den, buren, werkers in de ge­zond­heids­zorg, personen die werk­zaam zijn in de ge­zond­heids­pas­toraal en zoveel anderen hou­den halt, komen dich­ter­bij, zorgen, dragen, be­ge­lei­den en bie­den aan wat zij hebben, geven aan het medelij­den een sociale dimensie. Deze erva­ring, die wordt verwezen­lijkt in een vervlech­ting van relaties gaat een in­di­vi­duele inzet te boven. Zo heb ik niet alleen in de apos­to­lische exhor­ta­tie Dilexi te verwezen naar de zorg voor de zieken als een “be­lang­rijk onder­deel” van de zen­ding van de Kerk, maar als een authen­tieke “ker­ke­lijke han­de­ling” (nr. 49). Hierin haalde ik de heilige Cyprianus aan om te laten zien hoe wij in die dimensie de ge­zond­heid van onze maat­schap­pij kunnen controleren: “Laten de schijn­baar vre­se­lijke en rampzalige pest en epidemie de recht­vaar­dig­heid van het individu vaststellen en de men­se­lijke gevoelens onder­zoeken! Die pest laat zien of de gezon­den de zieken bijstaan, of verwanten hun bloedverwanten lief­heb­ben, of heren medelij­den hebben met hun door ziekte getroffen slaven, of artsen de zieken die hun hulp nodig hebben, niet ver­waar­lozen”.8

Een in de Ene zijn betekent ons wer­ke­lijk ledematen voelen van een lichaam waarin wij volgens onze roe­ping het medelij­den van de Heer voor het lij­den van alle mensen dragen.9 De pijn die ons raakt, is niet een vreemde pijn, het is de pijn van een ledemaat van ons eigen lichaam waarvoor ons Hoofd ons opdraagt zorg te dragen tot het wel­zijn van allen. In deze zin iden­ti­fi­ceert de zorg zich met de pijn van Christus en wanneer zij in chris­te­lijke zin wordt opgedragen, bespoe­digt zij de vervulling van het gebed van de Heiland zelf voor de een­heid van allen.10

3. Altijd gedreven door de liefde voor God om ons­zelf en de broe­der en zuster te ont­moe­ten

In het dubbele gebod: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf” (Luc. 10, 27), kunnen wij het primaat van de liefde voor God herkennen en het directe effect hier­van op de manier waarop de mens in al zijn dimensies liefheeft en relaties aangaat: “De liefde tot de naaste is het tast­ba­re bewijs van de authentici­teit van de liefde voor God, zoals de apostel Johannes getuigt: “Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar lief­heb­ben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt gewor­den. [...] God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem” (1 Joh. 12, 16".11 Hoewel het object van die liefde ver­schil­lend is: God, de naaste en zich­zelf, en wij ze in die zin kunnen verstaan als ver­schil­lende liefdes, zij zijn altijd onafschei­de­lijk.12 Het primaat van de god­de­lijke liefde houdt in dat het han­de­len van de mens tot stand komt zon­der per­soon­lijk belang of vergoe­ding, maar als een mani­fes­ta­tie van een liefde die de rituele normen overstijgt en zich ver­taalt in een authen­tieke ere­dienst: de naaste dienen is God lief­heb­ben in daden.13

Deze dimensie maakt het ons ook moge­lijk te bepalen wat het betekent zich­zelf lief te hebben. Het betekent het belang om ons zelf­beeld of ons gevoel van eigen­waarde te ves­tigen op de ste­reo­ty­pen van succes, carrière, positie of afkomst van ons afzetten14 en onze plek ten opzichte van God en de broe­der of zuster terug te vin­den. Bene­dic­tus XVI zei dat “de mens als gees­te­lijk schepsel zich verwer­ke­lijkt door intermen­se­lijke relaties. Hoe meer hij die relaties op authen­tieke wijze beleeft, des te meer rijpt ook zijn eigen per­soon­lijke iden­ti­teit. Niet door afzon­dering komt de mens tot zijn recht, maar door zich­zelf in relatie met anderen en met God te plaatsen”.15

Geliefde broe­ders en zusters, “het ware genees­mid­del voor de won­den van de mens­heid is een levens­stijl die gebaseerd is op broe­der­lijke liefde, die gewor­teld is in de liefde van God”.16 Ik wens vurig dat het in onze stijl van chris­te­lijk leven nooit ontbreekt aan deze broe­der­lijke, “Samari­taanse”, inclusieve, moe­dige, geënga­geerde en solidaire liefde, die haar meest intieme basis heeft in onze een­heid met God, in het geloof in Jezus Christus. In vuur en vlam gezet door deze god­de­lijke liefde, zullen wij ons wer­ke­lijk kunnen geven voor het wel­zijn van alle lijden­den, vooral van onze zieke, oudere en beproefde broe­ders en zusters.

Laten wij ons gebed verheffen tot de Heilige Maagd Maria, Heil van de zieken; vragen wij om haar hulp voor al degenen die lij­den, die behoefte hebben aan medelij­den, aan luis­te­ren en troost, en smeken wij om haar voor­spraak met dit oude gebed dat in het gezin werd gebe­den voor hen die leven met ziekte en pijn:

Zoete Maagd, verwij­der u niet,
wend uw blik niet van mij af.
Kom overal met mij mee
en laat mij nooit alleen.
Gij die mij altijd beschermt
als mijn ware Moeder,
maak dat de Vader,
de Zoon en de Heilige Geest mij zegent.

Van harte verleen ik mijn apos­to­lische zegen aan alle zieken, aan hun fami­lie­le­den en allen die hen bijstaan, aan de werkers in de ge­zond­heids­zorg, aan de personen die actief zijn in de ge­zond­heids­pas­toraal en in het bij­zon­der aan hen die deel­ne­men aan deze We­reld­zie­ken­dag.

Uit het Vati­caan, 13 januari 2026

+ Leo PP. XIV

 

Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK

 

Voetnoten

  1. Fran­cis­cus, encycl. Fratelli tutti (3 ok­to­ber 2020), 63.
  2. Vgl. ibid, 80-82.
  3. Vgl. de heilige Au­gus­ti­nus, Preken 171, 2; 179 A, 7.
  4. Vgl. Bene­dic­tus XVI, encycl. Deus charitas est (25 de­cem­ber 205) 34; de heilige Johannes Paulus II, apost. brief Salvifici doloris (11 februari 1984), 28.
  5. De heilige Fran­cis­cus van Assisi, Testa­mento, 2: Fonti Francescane, 110.
  6. De heilige Ambrosius, Trattato sul Vangelo di San Luca, VII, 84.
  7. Fran­cis­cus, encycl. Fratelli tutti (3 ok­to­ber 2020), 78.
  8. De heilige Cyprianus, De mortalitate, 16.
  9. Vgl. de heilige Johannes Paulus II, apost. brief Salvifici doloris (11.februari 1984), 24.
  10. Vgl. ibid., 31.
  11. Apost. exhort. Dilexi te (4 ok­to­ber 2025), 26.
  12. Vg. ibid.
  13. Vgl. Fran­cis­cus, encycl. Fratelli tutti (3 ok­to­ber 2020), 79.
  14. Vgl. ibid., 101.
  15. Bene­dic­tus XVI, encycl. Caritas in veritate (29 juni2009), 53.
  16. Fran­cis­cus, Bood­schap aan de deel­ne­mers aan het 33ste Inter­na­tio­nale Festival van de jon­ge­ren (MLADIFEST), Medjugorje, 1-6 au­gus­tus 2022 (16 juli 2022).

Gerelateerde nieuwsberichten

dinsdag, 11 februari 2025Pausboodschap bij de Werelddag voor de Zieken
woensdag, 7 februari 2024Pausboodschap Wereldziekendag
dinsdag, 31 januari 2023Pausboodschap Wereldziekendag
donderdag, 10 februari 2022Wereldziekendag
vrijdag, 5 februari 2021Pausboodschap voor Wereldziekendag
woensdag, 5 februari 2020Beschermwaardigheid van het leven
woensdag, 6 februari 2019Pausboodschap Wereldziekendag
maandag, 5 februari 2018Zieken toevertrouwd aan Maria, Moeder van Tederheid
woensdag, 1 februari 2017“Zieken en gehandicapten hebben een zending”
dinsdag, 9 februari 2016Pausboodschap voor Wereldziekendag 2016



Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose