Bisdom Haarlem-Amsterdam















Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Pancratiusparochie op Twitter volg Pancratiusparochie op Facebook

Documenten

Contact

Gedurende het hele traject is de Diocesane Commissie Regiovorming en Kerkopbouw het aanspreekpunt.

Kerksluiting

gepubliceerd: dinsdag, 3 juli 2018

Inleiding

In een bisdom is het aan de bisschop om besluiten te nemen over het oprichten of fuseren van parochies en over het bouwen van een nieuwe kerk of het onttrekken van een gewijd kerk­ge­bouw aan de eredienst. Zo’n besluit wordt ‘een decreet’ genoemd. In onze oren klinkt dat al snel als een ‘oekaze’, een besluit van bovenaf. Het tegendeel is waar. Een bisschop neemt zo’n besluit gewoonlijk op initiatief van een parochie­bestuur dat op grond van pastorale motieven (m.n. het kleiner worden van de parochie en vooral het afnemen van het aantal kerk­gangers) en op grond van financiële gegevens (te hoge kosten in relatie tot het gebruik van een gebouw of vanwege de slechte staat ervan) hem dit voornemen voorlegt.

Daar gaat een zorgvuldige proces aan vooraf waarbij parochianen en niet in de laatste plaats de vaste kerk­gangers moeten worden gehoord. Daarvan dient ook verslag gemaakt te worden en bij het voornemen aan de bisschop te worden overlegd.

De bisschop vraagt op zijn beurt advies van zijn commissie (de DCRK) en is verplicht ook de Priesterraad te horen.

Tegen het besluit is beroep mogelijk. Heeft de bisschop zorgvuldig gehandeld en zijn de argumenten plausibel, dan wordt een dergelijk beroep afgewezen. Een beroepsprocedure vraagt extra tijd, wat nadelig is voor een parochie­bestuur dat om die reden geen definitieve stappen kan zetten.

Voor een nadere uitleg over achtergronden en de procedure, verwijzen we graag naar het bovengenoemde artikel van Mgr. Hendriks over het onttrekken aan de eredienst van een katholieke kerk­ge­bouw.

Stappen in het traject

Initiatief

Wanneer een Parochie­bestuur voornemens is één van de kerk­ge­bouwen in de (fusie-)parochie of het samen­wer­kings­ver­band van meer parochies te sluiten, legt het dit voornemen voor aan de DCRK.

De DCRK kan een dergelijk voorstel alleen in behandeling nemen en aan de Bisschop voorleggen als de volgende vragen zijn beantwoord:

  1. Is er in de parochie/het samen­wer­kings­ver­band een vitaliteitsscan (zie aparte knop) gemaakt in combinatie met een gebouwenplan waaruit blijkt welke kerk­ge­bouw(en) volgens het bestuur voor gebruik op langere termijn het meest geschikt is (zijn)? Op welke gronden (betreffende de vitaliteit, financiën of status van onderhoud) is het bestuur tot dit initiatief m.b.t. sluiting van een kerk­ge­bouw gekomen?
  2. Is er (een begin gemaakt van) een liturgisch beleid en rooster en verdere samen­wer­king van de verschillende gemeen­schappen, waardoor parochianen zich bewust worden/zijn van het feit dat zij deel uitmaken van een grotere katholieke gemeen­schap en in de toekomst wellicht ook van een ander kerk­ge­bouw gebruik dienen te maken?

Wilt u bij het inbrengen van uw initiatief ook de antwoorden op bovenstaande vragen meesturen?

Principebesluit

De DCRK bereidt een advies aan de bisschop voor op basis van de aangeleverde documentatie.

Het resultaat van dat overleg met de bisschop wordt aan het parochie­bestuur schriftelijk meegedeeld.

Voor­be­rei­dingsfase

Het bestuur gaat op grond van een positieve reactie / principebesluit van de Bisschop de sluiting voor­be­rei­den en komt later met een verzoek aan de Bisschop om een kerk­ge­bouw aan de eredienst te mogen onttrekken. In deze fase probeert het bestuur antwoord te geven op de volgende vragen om een en ander ook te kunnen documenteren.

  1. Zijn de parochianen - en meer concreet de kerk­gangers van het betreffende gebouw - in het traject naar het sluiten voldoende gehoord? Zijn er verslagen gemaakt van dergelijke bijeenkomsten zodat duidelijk wordt voor de bisschop dat er voldoende draagvlak is voor een besluit?
  2. Zijn parochianen - en vooral de vaste kerk­gangers - door een liturgisch rooster en door het bij­voor­beeld al minder vieren van de liturgie op de betreffende locatie, gestimuleerd ook deel te nemen aan vieringen in andere kerk­ge­bouwen van de parochie of het samen­wer­kings­ver­band? Tot welke resultaten heeft dat geleid? Bij­voor­beeld: samen­wer­king van koren, gezamenlijke voor­be­rei­ding van H. Doopsel, Eerst Heilige Communie en Vormsel , elkaar meenemen naar een ander kerk­ge­bouw, enz.?
  3. Is er met het Catharijneconvent een sluitingsinventarisatie gemaakt met het oog op het bestemmen van het kerkelijk roerend goed? Zie uitvoeriger: een Plan van aanpak voor het vervreemden van religieuze kunst bij sluiting van een kerk.

Als het bestuur afdoende antwoord kan geven op bovenstaande vragen richt het formeel een schriftelijk verzoek aan de bisschop om een bepaald kerk­ge­bouw te mogen sluiten. Uiteraard tekent de pastoor dit verzoek. Na ontvangst legt de bisschop het verzoek neer bij de DCRK die op basis van de documentatie het verzoek voorziet van een advies.

Besluit middels een Decreet

Alvorens een definitief besluit te nemen is de Bisschop verplicht de Priesterraad om advies te vragen.

Documentatie die antwoord geeft op bovengenoemde vragen, is ook daarvoor van belang. De DCRK zal dan ook een advies voor de Priesterraad op basis van deze documentatie schrijven.

Het resultaat zal aan het bestuur gemeld worden via een Decreet.

Uiteraard wordt over de wijze van communiceren, de datum van betekening van het Decreet ook in relatie tot het moment waarop de laatste kerkelijk viering gehouden zal worden, goed overlegd met het bestuur. Het kerk­ge­bouw kan pas na de onttrekking aan de eredienst volledig gesloten worden en kan pas ontruimd worden na het verstrijken van de beroepstermijn, tenzij er een beroep is ingesteld.

Na de sluiting

Na de onttrekking van een kerk­ge­bouw aan de Goddelijke eredienst begint een traject van amoveren dan wel herbestemmen. Dat is een apart traject.

Wanneer bij het sluiten van een kerk­ge­bouw in een samen­wer­kings­ver­band formeel ook de parochie wordt gefuseerd wordt dat in het Decreet aangegeven o.a. met het verzoek binnen een halfjaar een en ander ook via een notariële acte vast te leggen.

En verder...

  • Als het kerk­ge­bouw niet de parochiekerk is, kan de pastoor in overleg met het parochie­bestuur besluiten dat het kerk­ge­bouw alleen wordt gebruikt voor een viering in de week of voor een begrafenis. Formeel wordt het kerk­ge­bouw aan de eredienst onttrokken zodra het niet meer gebruikt wordt, op het moment dat helder is wat er met het kerk­ge­bouw gaat gebeuren. Voordeel hiervan is dat het kerk­ge­bouw dan niet in verval raakt en een beschermde status heeft.
  • De besluit­vor­ming om een kerk­ge­bouw te sluiten bestaat altijd uit een mix van factoren – zie ook de vitaliteitsscan en het maken van een gebouwenplan. In beginsel zijn alle kerk­ge­bouwen mooi en de moeite van het behoud waard. Het is dan ook begrijpelijk dat er emoties in het spel zijn. Omdat ook veel andere factoren een rol spelen zoals onderhouds­kos­ten, ligging in de parochie gelet op de toekomst, enz. zal een beslissing nooit voor iedereen acceptabel zijn. In een beroepsprocedure zal echter alleen worden gelet op de zorgvuldigheid in de procedure en de redelijkheid van de argumentatie.
  • De allerbelangrijkste vraag voor ons allen is: waar denken we over 5 à 10 jaar te staan? Welk(e) kerk­ge­bouw(en) hebben we voor de parochie nodig? En: kunnen we dan ook op de langere termijn onze priester(s) betalen?






Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose