Bisdom Haarlem-Amsterdam












Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Pancratiusparochie op Twitter volg Pancratiusparochie op Facebook

Homilie door kardinaal Eijk - zondag 1 december

Kerk der Friezen

gepubliceerd: vrijdag, 6 december 2013

Advent is afgeleid van het Latijnse woord voor komst. De eerste komst van Jezus vond plaats toen Hij, de Zoon van God, mens werd. Het Joodse Volk keek eeuwen lang naar Hem uit als de verwachte Messias. Echter, toen Hij eenmaal als mens geboren werd, rekende daar niemand op.

Er stond niemand klaar om Hem te ver­wel­ko­men. De Romeinse keizer Augustus noch de elite van Zijn volk was zich bewust van de grote gebeur­te­nis, die zich voltrok in een eenzame stal bij Bethlehem. Enkele engelen maakten reclame voor Hem, waardoor een groep herders Hem kwam bezoeken en vereren. Voorts kwamen er drie Wijzen uit het oosten Hem aanbidden. En daar bleef het bij op dat moment.

Jezus Zelf voorzegt in het Evangelie van deze zondag dat Zijn laatste en definitieve komst samenvalt met het einde van deze wereld. Hij maakt heel duidelijk dat Hij daarvoor geen precieze afspraak met ons zal maken: “Weest dus waakzaam, want Gij weet niet op welke dag uw Heer komt,” zo zegt Paulus in de tweede lezing. Hier valt niets over in de agenda te zetten, hoe graag wij dat met ons gebruikelijke planningsdrift in het algemeen ook willen. We zouden immers graag onze voorzorgen nemen, want Jezus beschrijft Zijn wederkomst in weinig geruststellende beelden: Hij trekt vergelijkingen met de zondvloed en een overval in de nacht.

Misschien zou het onverwachte moment van Zijn komst ons ongerust kunnen maken. Dit geldt echter niet voor wat Hij ons feitelijk komt brengen, als wij voor Hem klaar staan: “de nacht loopt ten einde,” zegt Paulus, “de dag breekt aan,” de dag namelijk van het eeuwige Rijk Gods, de eeuwige verrijzenis naar ziel en lichaam. Dit betekent een nieuw leven in Gods nabijheid, in Zijn licht en Zijn liefde.

Maar staan we er klaar voor? Dit is de hamvraag. In een aflevering van het pro­gram­ma Andere Tijden werd kort geleden aandacht besteed aan de wijze waarop de Neder­landse media de moord op president Kennedy versloegen op 22 november 1963. De kranten en de radio deden dat goed, maar de televisie, die nog in de kinderschoenen stond, sloeg een modderfiguur. Er waren geen beelden van de moord op president Kennedy, maar erger nog, ook er was geen enkel beeld­ma­te­riaal in het archief van zijn optreden als president. De Televisie zond toen uit armoede maar het geplande pro­gram­ma uit over insectengif, ongetwijfeld heel leerzaam, maar daar zat toen niemand op te wachten. Het is de Televisiemakers overigens geen tweede keer overkomen. Zij zorgden ervoor dat ze een archief aan beeld­ma­te­riaal in voorraad hadden van de belangrijkste wereldleiders, voor het geval er iets met ze zou gebeuren.

Als we voor een gebeur­te­nis klaar staan, kijken we er anders aan tegen, ook al komt die onverwacht. Als we klaar staan voor de Heer en het nieuwe leven dat Hij brengt, is er geen reden tot ongerustheid of angst, maar juist voor hoop en vreugde. Hoe kunnen we klaar staan voor Zijn komst? Door gebruik te maken van het feit dat de Heer ook in de tussentijd naar ons toekomt. Dat gebeurt als we tot Hem bidden, lezen in de Heilige Schrift en de sacramenten vieren. “Bekleedt u met de Heer Jezus Christus en koester geen zondige begeerten meer,” zegt Paulus. Door het doopsel worden we bekleed met Christus en ontvangen we het nieuwe leven. Dit wordt gevoed door het sacrament van de Eucha­ris­tie, waarin we Jezus Zelf ontvangen onder de gedaanten van brood en wijn.

De innerlijke Christusverbondenheid, die ons in staat stelt Gods wil te volbrengen, is de voor­be­rei­ding bij uitstek op Zijn definitieve komst. Een voorbeeld van zo’n grootse Christusverbondenheid zien we bij de Heilige Teresia van Avila. Toen ze eenmaal door Jezus was geraakt, werd ze een vurige karmelietes, die zich beijverde om haar orde weer nieuw leven in te blazen, die door talrijke misbruiken in een diepe crisis was geraakt. Daarbij ondervond zij op de meest onverwachte momenten de meest kwaadaardige tegen­wer­king. Maar haar Christusverbondenheid bleef intact door haar geloof dat God uit­ein­de­lijk het laatste woord heeft, tot in de eeuwigheid. Haar mooie gebed kan ook ons vandaag sterken en inspireren: ”Laat niets je verontrusten. Laat niets je beangstigen. Alles gaat voorbij. God verandert niet.” Amen.

+ Kardinaal Eijk
Aartsbisdom Utrecht





Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose