Scotisme
Het scotisme is een katholieke filosofisch-theologische stroming gebaseerd op het denken van Johannes Duns Scotus (1266-1308), een Schotse franciscaan. Het ontstond als alternatief en aanvulling op het thomisme.
Kernpunten van het scotisme
-
Univociteit van het zijnde: Scotus stelde dat de term “zijn” op zowel God als schepselen op een gelijke manier kan worden toegepast, in tegenstelling tot Thomas van Aquino, die sprak van analogie van het zijnde.
-
Primaat van de wil: De wil heeft bij Scotus een centrale rol, meer dan de rede of het intellect, zowel bij God als bij de mens.
-
Individuele onderscheidbaarheid (haecceitas): elk individueel wezen heeft een unieke “dit-heid” die het onderscheidt van andere wezens.
-
Mariologie: Scotus verdedigde het idee van de Onbevlekte Ontvangenis (Immaculata Conceptio) van Maria, wat later officieel katholiek dogma werd in 1854.
Vergelijking met thomisme
-
Thomisme legt nadruk op de rede en de natuurlijke orde, scotisme legt nadruk op de vrije wil en individualiteit.
-
Thomisten gebruiken vaak Aristoteles, Scotisten zijn kritischer en meer systematisch in logica en metafysica.
Invloed
-
Scotisme heeft invloed gehad op franciscaanse scholen, vooral in Mariadevotie en discussies over vrije wil en natuurwet.
-
Het wordt nog steeds bestudeerd in seminaries en academische theologie.
Samengevat
Het scotisme is een katholieke denktraditie gebaseerd op Johannes Duns Scotus, met nadruk op de wil, individuele identiteit en een universele toepassing van het zijn, en met belangrijke bijdragen aan Mariologie en metafysica.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam