Romeinse kalender
Voor de Juliaanse kalender gebruikten de Romeinen de Romeinse kalender, die in de loop van de tijd verschillende vormen heeft gehad.
Belangrijkste fasen:
-
Oeroude Romeinse kalender (traditioneel aan Romulus toegeschreven, ca. 8e eeuw v.Chr.)
-
Telde oorspronkelijk 10 maanden (maart t/m december).
-
Samen 304 dagen, plus een “dode” winterperiode zonder officiële maanden.
-
Hervorming door koning Numa Pompilius (7e eeuw v.Chr.)
-
Voegde januari en februari toe → nu 12 maanden, 355 dagen.
-
Nog steeds te kort ten opzichte van het zonnejaar.
-
Om dit te corrigeren voegde men af en toe een extra maand in: Mercedonius (intercalatiemaand).
-
Late Romeinse republiek (voor 45 v.Chr.)
-
De kalender raakte steeds meer in de war, vooral omdat priesters (pontifices) de intercalatie politiek gebruikten om termijnen te verlengen of te verkorten.
-
Het gevolg: grote afwijkingen met de seizoenen.
Daarom liet Julius Caesar, met hulp van de Alexandrijnse astronoom Sosigenes, de kalender hervormen → de Juliaanse kalender (45 v.Chr.).
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam