Reconquista
Bevrijding van de gevangenen van Málaga door de Katholieke Koningen
De Reconquista (Spaans en Portugees voor "herovering") is de eeuwenlange reeks militaire campagnes waarbij christelijke koninkrijken op het Iberisch Schiereiland (het huidige Spanje en Portugal) streden om gebieden terug te winnen die in de 8e eeuw door moslimlegers (Moren of Arabisch-Berbers) waren veroverd.
Historische achtergrond
In 711 vielen moslimtroepen het Visigotische koninkrijk binnen en veroverden al snel bijna het hele schiereiland, dat toen Al-Andalus heette. Alleen in het noorden (vooral Asturië) bleven kleine christelijke gebieden over. De Reconquista begon rond 718 met de Slag bij Covadonga, waar de christelijke leider Don Pelayo een eerste overwinning behaalde. Dit gold in de katholieke traditie als het startpunt van de "herovering" van christelijk grondgebied.
De strijd duurde bijna 800 jaar (tot 1492) en was een mix van:
- Politieke expansie van christelijke rijken zoals Asturië, León, Castilië, Aragón en Portugal.
- Religieuze motivatie: het terugwinnen van land voor het christendom en de verdediging van het katholieke geloof tegen de islam.
Katholieke dimensie
In katholieke ogen was de Reconquista meer dan zomaar een oorlog. Vanaf de 11e-12e eeuw kregen de campagnes steeds meer het karakter van een kruistocht (crusade). De paus steunde ze expliciet:
- Pausen riepen op tot deelname en schonken aflaten (zoals bij de echte Kruistochten naar het Heilige Land).
- Militaire orden (zoals de Tempeliers, Hospitaalridders en later Spaanse orden) vochten mee.
- Belangrijke overwinningen, zoals de Slag bij Las Navas de Tolosa (1212), werden door paus Innocentius III als kruistocht bestempeld.
De strijd werd gezien als een heilige oorlog om de "één, ware katholieke geloof" te beschermen en het schiereiland te "reconsecreren" (opnieuw aan Christus wijden). Heiligen zoals Sint-Jacobus (Santiago Matamoros = "Moren-doder") speelden een grote rol in de legenden en inspiratie voor de strijders.
Hoogtepunt: de Katholieke Koningen
De Reconquista eindigde officieel in 1492 met de verovering van Granada, het laatste moslimkoninkrijk, door Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië. Zij kregen van de paus de titel Reyes Católicos (Katholieke Koningen). Hun huwelijk had Spanje grotendeels verenigd, en de val van Granada maakte het schiereiland volledig christelijk.
Na 1492 volgden maatregelen om religieuze eenheid te waarborgen:
- De Spaanse Inquisitie (al in 1478 opgericht) moest ketterij bestrijden.
- Joden werden in 1492 verdreven (Alhambra-decreet) tenzij ze zich bekeerden.
- Moslims kregen later te maken met gedwongen bekeringen of verdrijving.
Dit versterkte Spanje als een sterk katholiek land, met een identiteit die eeuwenlang gebaseerd was op de "overwinning van het christendom".
Belang in de katholieke context vandaag
Voor veel katholieken symboliseert de Reconquista:
- De verdediging van het christelijke Europa tegen islamitische expansie.
- Een voorbeeld van volharding in het geloof (van een klein berggebiedje in Asturië naar een heel continent).
- De eenwording van Spanje onder het kruis.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam