Jordaan
De Jordaan verwijst naar de Bijbelse rivier de Jordaan. Deze heeft een diepe symbolische en sacramentele betekenis:
- Doop van Jezus: in de Jordaan liet Jezus zich dopen door Johannes de Doper (Matteüs 3,13-17). Dit moment wordt gezien als het begin van zijn openbaar optreden en als heiliging van het water van de doop.
- Symbool van de doop: in de katholieke liturgie en catechese staat de Jordaan symbool voor het doopsel, waar de gelovige sterft aan de zonde en verrijst tot een nieuw leven in Christus.
- Overtocht naar het Beloofde Land: in het Oude Testament trok het volk Israël onder leiding van Jozua door de Jordaan (Jozua 3-4) het Beloofde Land binnen. In katholieke spiritualiteit wordt dit vaak gezien als beeld voor de overgang van het aardse leven naar het eeuwige leven.
- Liturgie en hymnen: de Jordaan wordt vaak genoemd in gebeden, hymnen en gezangen, vooral bij de feesten van de Doop des Heren en de Paaswake (waar het doopwater wordt gezegend)
Locatie
- Ze stroomt in het Midden-Oosten: van het Meer van Galilea in het noorden naar de Dode Zee in het zuiden.
- De rivier is ongeveer 250 km lang (hemelsbreed veel korter, maar ze slingert sterk).
- Vandaag de dag is de Jordaan kleiner en smaller dan in de Bijbelse tijd, vooral doordat veel water wordt afgetapt voor landbouw en drinkwater in Israël, Jordanië en Syrië.
- Toch blijft ze een belangrijk bedevaartsoord: veel christenen laten zich daar dopen of hernieuwen er hun doopbelofte, met name op de plaats die in de traditie verbonden wordt met de doop van Jezus (nabij Bethanië, aan de Jordaanse kant van de rivier).
Amsterdamse Jordaan
Naast de Bijbelse rivier bestaat er in Amsterdam een bekende volkswijk die eveneens Jordaan heet. Deze wijk, gelegen ten westen van de Prinsengracht, ontstond in de eerste helft van de 17e eeuw als onderdeel van de stadsuitbreiding (“Het Nieuwe Werck”). De naam is waarschijnlijk afgeleid van het Franse jardin (tuin), wat past bij de vele straat- en grachtnamen die naar bloemen en planten verwijzen (Bloemstraat, Rozenstraat, Tuinstraat enz.). Een andere verklaring koppelt de naam aan de Prinsengracht, die in de volksmond “Jordaan” werd genoemd - de overkant gold dan als “over de Jordaan”.
In tegenstelling tot de bijbelse Jordaan, die in de katholieke traditie sterk met doop en sacramenten is verbonden, is de Amsterdamse Jordaan vooral een seculiere, arbeiderswijk met een gemengde geschiedenis. De eerste bewoners waren grotendeels protestantse vluchtelingen (Vlaamse calvinisten en Franse hugenoten) en kleine ambachtslieden. Er woonden ook Sefardische Joden, maar de grote Joodse buurt van Amsterdam lag elders, rond de Jodenbreestraat en de eilanden Vlooienburg, Uilenburg en Marken. De Jordaan zelf was vooral een arme, dichtbevolkte volksbuurt met een eigen dialect, muziekcultuur (Johnny Jordaan, Tante Leen) en een roerige sociale geschiedenis (onder meer het Palingoproer van 1886 en de Februaristaking van 1941).
Katholieken vormden er lange tijd een minderheid; in de 19de en vroege 20ste eeuw ontstond in het zuidelijke deel wel een sterkere katholieke aanwezigheid (het zogenoemde “Vaticaan van de Jordaan” met kloosters, weeshuizen en later kerken). Toch is de wijk nooit een typisch katholiek of typisch Joods stadsdeel geweest. Vandaag is de Jordaan een van de bekendste en meest toeristische buurten van Amsterdam, met hofjes, bruine cafés en hoge huizenprijzen, maar de mensen die er wonen zijn nog steeds trots op hun volksverleden.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam