Inquisiteur
De termen inquisiteur en grootinquisiteur horen bij de context van de Inquisitie, het kerkelijk rechtssysteem dat in de middeleeuwen werd ingesteld om ketterij en geloofsafwijkingen te onderzoeken.
Inquisiteur
-
Een inquisiteur was een priester of theoloog die door de paus of door een bisschop werd aangesteld om ketterijonderzoek te voeren.
-
Zijn taak: onderzoeken, verhoren en oordelen over personen die verdacht werden van ketterij of afwijking van het katholieke geloof.
-
Bekend vanaf de 13e eeuw, vooral in Frankrijk en Italië.
-
Vaak afkomstig uit bedelorden zoals de Dominicanen of Franciscanen, omdat zij geschoold waren in theologie.
Grootinquisiteur (Inquisitor Generalis)
-
De grootinquisiteur was het hoofd van de inquisitie in een bepaald land of gebied.
-
Hij had hoogste gezag over de lokale inquisiteurs.
-
Het bekendste voorbeeld is de Spaanse Inquisitie (opgericht 1478), waar de grootinquisiteur door de koning werd benoemd, meestal met pauselijke instemming.
-
Ook in Portugal en andere gebieden kende men deze functie.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam