






|
|
|

Heilsgeschiedenis
De term heilsgeschiedenis (historia salutis) wordt in de katholieke theologie gebruikt om de hele geschiedenis van Gods handelen met de mens te beschrijven, met als doel ons heil (ons uiteindelijke behoud en gemeenschap met God).
Kernidee
-
Heilsgeschiedenis is het verhaal van de openbaring: hoe God zich door de eeuwen heen geleidelijk heeft geopenbaard en de mensheid naar Christus heeft geleid.
-
Het hoogtepunt is de menswording, het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus Christus, het middelpunt van de heilsgeschiedenis.
-
Vanuit katholiek perspectief gaat de heilsgeschiedenis door in de Kerk, waar Christus zijn heil tegenwoordig stelt via de sacramenten en de verkondiging.
Grote lijnen van de heilsgeschiedenis
-
Schepping - God schept de wereld en de mens uit liefde.
-
Zondeval - de mens wendt zich af van God, waardoor verlossing nodig wordt.
-
Oud Verbond - God sluit verbonden met Noach, Abraham, Mozes en het volk Israël; de Wet en de Profeten bereiden de komst van Christus voor.
-
Christus - de vervulling van alle beloften; door zijn Pasen (kruis en verrijzenis) brengt Hij redding.
-
Kerk en sacramenten - de heilsgeschiedenis gaat verder in de verkondiging en sacramentele tekenen die Christus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd.
-
Eindtijd / voleinding - Christus komt weder om te oordelen, en er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Belang in katholieke theologie
-
Heilsgeschiedenis is geen gewone geschiedenis, maar een theologische interpretatie van de tijd: alles krijgt betekenis in relatie tot Gods heilsplan.
-
De liturgie van de Kerk herinnert voortdurend aan die heilsgeschiedenis: bv. in de Paasnacht wordt de hele lijn van schepping tot verrijzenis gezongen en gelezen.
-
Catechismus van de Katholieke Kerk (§1066 e.v.) ziet liturgie en sacramenten als actualisering van de heilsgeschiedenis.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling. Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd. © Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam
|
|