Boete
Boete (Latijn: paenitentia) betekent zowel een innerlijke houding van bekering als de uiterlijke daden waarmee iemand zijn berouw en omkeer naar God uitdrukt.
Twee aspecten van boete
-
Innerlijk (bekering van hart)
-
Spijt en berouw om begane zonden.
-
Oprechte wil om zich te bekeren en zich tot God te wenden.
-
Verbonden met het sacrament van de biecht (boetesacrament of sacrament van verzoening).
-
Uiterlijk (boetedaden)
-
Concrete handelingen om zonden goed te maken en de eigen houding te hervormen.
-
Voorbeelden: vasten, aalmoezen geven, gebed, pelgrimages, lichamelijke verstervingen.
-
Vaak opgelegd door de priester als boetedoening na de biecht.
Liturgische context
-
Boete heeft een bijzondere plaats in de veertigdagentijd (Vasten): een tijd van inkeer, vasten en verzoening.
-
Er bestaan ook speciale boetevieringen in de liturgie.
Samengevat
Boete is dus zowel de innerlijke bekering tot God als de uiterlijke daden van herstel en zelftucht, die samen gericht zijn op vergeving, heiliging en een nieuw leven in Christus.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam