Bisdom Haarlem-Amsterdam









Pausboodschap voor de Veertigdagentijd

Aswoensdag 18 februari

gepubliceerd: woensdag, 18 februari 2026
Op Aswoensdag ontvangen we het Askruisje als herinnering dat wij stof zijn en tot stof zullen wederkeren.
Op Aswoensdag ontvangen we het Askruisje als herinnering dat wij stof zijn en tot stof zullen wederkeren.

Op Aswoens­dag 18 februari begint de Veer­tig­da­gen­tijd, de periode van voor­be­rei­ding op Pasen. Onder de titel “Luis­te­ren en vasten: de Veer­tig­da­gen­tijd als tijd van beke­ring” publi­ceerde paus Leo XIV zijn bood­schap voor de Veer­tig­da­gen­tijd 2026. Deze tijd is volgens de Heilige Vader een kans “om vernieu­wing in ons geloof te vin­den”.

Wapen paus Leo XIV

Bood­schap van de Heilige Vader Leo XIV
voor de Veer­tig­da­gen­tijd 2026

Luis­te­ren en vasten

De Veer­tig­da­gen­tijd als tijd van beke­ring

 

Geliefde broe­ders en zusters,

De Veer­tig­da­gen­tijd is de tijd waarin de Kerk ons met moe­der­lijke zorg uitno­digt om het mysterie van God opnieuw in het middel­punt van ons leven te plaatsen, opdat ons geloof een nieuw elan vindt en ons hart zich niet verliest in de onrust en de aflei­dingen van iedere dag.

Iedere weg van beke­ring begint op het moment dat wij ons laten bereiken door het Woord en dat ont­van­gen met een volgzame geest. Er is dus een ver­band tussen de gave van het Woord van God, de ruimte van gast­vrij­heid die wij het Woord bie­den, en de ver­an­de­ring die het te weeg brengt. Daarom wordt de route van de Veer­tig­da­gen­tijd een geschikte gelegen­heid om te luis­te­ren naar de stem van de Heer en de beslis­sing om Christus te volgen te vernieuwen door met Hem de weg af te leggen die naar Jeru­za­lem voert: daar voltrekt zich het mysterie van zijn lij­den, dood en ver­rij­ze­nis.

Luis­te­ren

Dit jaar zou ik op de eerste plaats weer de aan­dacht willen ves­tigen op het belang om ruimte te geven aan het Woord door te luis­te­ren, omdat de bereid­heid om te luis­te­ren het eerste teken is van het verlangen om een relatie aan te gaan met de ander.

Door zich aan Mozes vanuit het bran­dende braambos te open­ba­ren laat God zelf zien dat luis­te­ren een kenmerk is van zijn wezen: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammer­klach­ten om zijn onderdrukkers gehoord” (Ex. 3, 7). Luis­te­ren naar de kreet van de onder­drukte is het begin van een ge­schie­de­nis van be­vrij­ding, waarbij de Heer ook Mozes betrekt door hem uit te nodigen om een heilzame weg te openen voor zijn tot slaaf gemaakte kin­de­ren.

Het is een God die erbij betrekt, die vandaag ook ons bereikt met gedachten die zijn hart raken. Daarom voedt het horen van het Woord in de litur­gie ons op tot een waarachti­ger luis­te­ren naar de reali­teit: onder de vele stemmen die in ons per­soon­lijke en maat­schap­pe­lijke leven klinken, stellen de Heilige Schriften ons in staat de stem, opstijgend uit het lij­den en de onge­rech­tig­heid, te herkennen, opdat die niet zon­der ant­woord blijft. Zo’n inner­lijke hou­ding van ont­vanke­lijk­heid betekent zich vandaag door God te laten instrueren om te luis­te­ren zoals Hij, zodat men erkent dat de “toestand van de armen een kreet is die in de ge­schie­de­nis van de mens­heid voort­du­rend vragen aan ons leven, aan onze maat­schap­pijen, poli­tieke en econo­mische systemen, en niet als laatste ook aan de Kerk, stelt”.1

Vasten

Als de Veer­tig­da­gen­tijd een tijd van luis­te­ren is, dan is vasten een concrete manier die ons in de juiste gemoeds­toe­stand brengt om het Woord van God te ont­van­gen. Onthou­ding van voedsel is immers een zeer oude en onver­vang­ba­re asce­tische oefe­ning op de weg van de beke­ring. Juist omdat het het lichaam erbij betrekt, maakt het dat waar wij naar “hon­ge­ren” dui­de­lijker net als wat wij als nood­za­ke­lijk be­schou­wen voor ons levens­on­der­houd. Het helpt er daarom bij om de “begeerten” te herkennen en te ordenen, de hon­ger en dorst naar de ge­rech­tig­heid waak­zaam te hou­den door zich daar niet bij neer te leggen. Het helpt om het zo in te richten dat vasten een tijd van gebed en verant­woor­de­lijk­heid voor de naaste wordt.

De heilige Au­gus­ti­nus geeft ons met gees­te­lij­ke verfijnd­heid zicht op de span­ning tussen de te­gen­woor­dige tijd en de toe­koms­tige vervulling die deze bewa­king van het hart kent, wanneer hij opmerkt: “In de loop van het aardse leven komt het de mens toe hon­ger en dorst naar de ge­rech­tig­heid te hebben, maar hierin bevre­digd te wor­den, behoort tot het andere leven. De engelen verza­digen zich aan dit brood, deze spijs. De mensen hon­ge­ren er daar­en­te­gen naar, zij zien er allen reikhalzend naar uit. Dit reikhalzend ernaar uitzien verruimt de ziel, vergroot het vermogen ervan”.2 Vasten, in deze zin verstaan, staat het ons toe niet alleen het verlangen te reguleren, te zuiveren en vrijer te maken, maar ook uit te brei­den, en wel zo dat het zich tot God keert en erop is gericht het goede te doen.

Om de evan­ge­lische waar­heid van vasten te bewaren en de verlei­ding om het hart trots te maken te vermij­den, moet het altijd in geloof en nede­rig­heid wor­den beleefd. Dat vraagt erom gewor­teld te blijven in de ge­meen­schap met de Heer, omdat “wie zich niet met het Woord van God weet te voe­den, niet wer­ke­lijk vast”.3 Als zicht­baar teken van onze inner­lijke inzet om ons met behulp van de genade te ont­trek­ken aan de zonde en aan het kwaad, moet vasten ook andere vormen van onthech­ting insluiten die erop gericht zijn een sober­dere levens­stijl te ver­krij­gen, omdat “alleen sober­heid het chris­te­lijk leven sterk en authen­tiek maakt”.4

Daarom zou ik u willen uit­no­di­gen tot een zeer concrete en vaak weinig ge­waar­deerde vorm van ont­hou­ding, te weten die waarbij men zich onthoudt van woor­den die onze naaste treffen en kwetsen. Laten wij beginnen met onze taal te ont­wa­penen door af te zien van scherpe woor­den, een on­mid­del­lijk oor­deel, kwaadspreken over wie niet aanwe­zig is en zich niet kan verde­digen, laster. Laten wij ons inspannen om onze woor­den zorg­vul­dig te leren kiezen en vrien­de­lijk te zijn: in het gezin, onder vrien­den, op de werk­plek, in de social media, in het poli­tieke debat, in de com­mu­ni­ca­tie­mid­de­len, in de chris­te­lijke ge­meen­schappen. Dan zullen vele woor­den van haat plaats maken voor woor­den van hoop en vrede.

Samen

De Veer­tig­da­gen­tijd brengt ten slotte de gemeen­schap­pe­lijke dimensie naar voren van luis­te­ren naar het Woord en het vasten. Ook de Schrift onder­streept dit aspect op veel manieren. Bij­voor­beeld wanneer zij in het boek Nehemia ver­telt dat het volk zich verza­melde om te luis­te­ren naar de publieke lezing van het wet­boek en zich door te vasten in de juiste gesteld­heid bracht voor het belij­den van het geloof en de aanbid­ding, zodat het verbond met God vernieuwd kon wor­den” (Neh. 9, 1-3).

Op dezelfde manier zijn onze pa­ro­chies, ge­zin­nen, ker­ke­lijke groepen en reli­gi­euze ge­meen­schappen ge­roe­pen om tij­dens de Veer­tig­da­gen­tijd een gedeelde weg af te leggen, waarbij het luis­te­ren naar het Woord van God, evenals naar de kreet van de armen en van de aarde, een vorm van gemeen­schap­pe­lijk­heid wordt en vasten de basis is voor oprecht berouw. Tegen deze ach­ter­grond gaat het bij beke­ring niet alleen om het geweten van het individu, maar ook om de kwali­teit van relaties en van de dialoog, en om het vermogen om zich te laten uit­da­gen door de reali­teit en te erkennen wat het verlangen wer­ke­lijk rich­ting geeft, hetzij in onze ker­ke­lijke ge­meen­schappen, hetzij in de mens­heid die dorst naar ge­rech­tig­heid en ver­zoe­ning.

Gelief­den, vragen wij van de genade van de Veer­tig­da­gen­tijd dat deze ons met meer aan­dacht naar God en de minsten doet luis­te­ren. Vragen wij om de kracht van een vasten waar­van ook onze taal doordrongen is, zodat woor­den die kwetsen afnemen en de ruimte voor de stem van de ander groeit. En laten wij ons ervoor inzetten dat onze ge­meen­schappen een plek wor­den waar de kreet van wie lijdt, gehoord wordt en het luis­te­ren wegen van be­vrij­ding opent door ons bereidwilli­ger en sneller te maken in het mee­bou­wen aan de bescha­ving van de liefde.

Ik zegen u allen en uw weg in de Veer­tig­da­gen­tijd van harte.

Uit het Vati­caan, 5 februari 2026, ge­dach­te­nis van de heilige Agata, maagd en mar­telares.

+ Leo PP. XIV

 

Werk­ver­ta­ling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK

_________________

Voetnoten

  1. Apost. exhort. Dilexi te (4 ok­to­ber 2025), 9.
  2. De heilige Au­gus­ti­nus, Het nut van het vasten, 1, 1.
  3. Bene­dic­tus XVI, Catechese (9 maart 2011).
  4. De heilige Paulus VI, Catechese (8 februari 1978).



Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose