Mensuur
De mensuur van een pijp in een pijporgel is de verhouding tussen de lengte en de diameter (wijdte) van die pijp.
Betekenis
-
De mensuur bepaalt in hoge mate de klankkleur van de pijp.
-
Bij gelijke toonhoogte (dus gelijke lengte) kan een pijp smal of wijd gemeten zijn, en daardoor heel anders klinken.
Voorbeelden
-
Wijde mensuur → volle, ronde, fluitachtige klank (bv. Gedekt, Holpijp).
-
Smalle mensuur → strakke, heldere, stralende klank (bv. Prestant, Octaaf).
-
Middelmatige mensuur → evenwichtige klank, vaak gebruikt voor basisregisters.
Belangrijk in de orgelbouw
Kort gezegd: de mensuur is de verhouding van lengte en diameter van een pijp en bepaalt hoe die pijp klinkt.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam