Bisdom Haarlem-Amsterdam










Pausboodschap Werelddag voor Migranten en Vluchtelingen

Aandacht voor kwetsbare positie van minderjarige migranten

gepubliceerd: dinsdag, 22 september 2026
foto: Vatican News
Paus Leo XIV bezocht in juli 2026 migranten, onder wie kinderen, op Lampedusa.
Paus Leo XIV bezocht in juli 2026 migranten, onder wie kinderen, op Lampedusa.

In zijn bood­schap voor de 112de Wereld­dag voor Mi­gran­ten en Vluch­te­lingen, die op zon­dag 27 sep­tem­ber 2026 wordt gevierd, vraagt paus Leo XIV bij­zon­dere aan­dacht voor min­der­ja­rige mi­gran­ten en vluch­te­lingen. Het thema van de dag luidt: “Ook slechts een van deze kleinen”, een ver­wij­zing naar uit­spra­ken van Jezus in het evan­ge­lie van Matteüs, waarin wordt opge­roe­pen kin­de­ren te be­scher­men en op te nemen.

Volgens de paus zijn min­der­ja­rigen “de meest kwets­ba­ren binnen de mi­gran­ten­stro­men over de wereld”. Hij wijst erop dat ieder jaar miljoenen kin­de­ren en adolescenten ge­dwon­gen wor­den hun land te verlaten als gevolg van “oorlogen, armoede, geweld, milieurampen en andere tragedies”. Daarbij bena­drukt hij dat het gaat om “concrete personen, unieke ge­schie­de­nissen, die een beroep doen op ons geweten”.

De bood­schap werd ge­pu­bli­ceerd vanuit het Vati­caan op 11 au­gus­tus 2026 en is bestemd voor de jaar­lijkse Wereld­dag voor Mi­gran­ten en Vluch­te­lingen van de Rooms-Katho­lieke Kerk op 27 sep­tem­ber 2026.

Wapen van paus Leo XIV

Bood­schap van Zijne Hei­lig­heid Leo XIV

voor de 112de Wereld­dag voor mi­gran­ten en vluch­te­lingen

(27 sep­tem­ber 2026)

‘Ook slechts een van deze kleinen’ (vgl. Mat. 18, 10)

Geliefde broe­ders en zusters,

Van jaar tot jaar nodigt de Wereld­dag voor mi­gran­ten en vluch­te­lingen ons uit om onze blik te richten op ver­schil­lende aspecten van het complexe ver­schijn­sel van de migratie. Voor deze 112de dag richt het thema “Ook slechts een van deze kleinen” onze aan­dacht opnieuw op de min­der­ja­rigen die direct betrokken zijn bij de erva­ring van migratie en vlucht, de zorg ten opzichte van hen en de belofte van de Heer dat “wie een kind als dit opneemt, Mij opneemt” (Mar. 9, 37).

Ontheemde min­der­ja­rigen: een complexe wer­ke­lijk­heid van broos­heid

Minder­ja­rigen zijn de meest kwets­ba­ren binnen de mi­gran­ten­stro­men over de wereld. Het zijn concrete personen, unieke ge­schie­de­nissen, die een beroep doen op ons geweten. Ieder jaar wor­den miljoenen kin­de­ren en adolescenten ge­dwon­gen hun land te verlaten ten gevolge van oorlogen, armoede, geweld, milieurampen en andere tragedies: en hun aantal blijft helaas toe­ne­men. De econo­mische, poli­tieke en mili­tai­re verant­woor­de­lijk­heid voor deze ramp is enorm. Het leed houdt niet op bij het zich ver­plaatsen: er zijn zeer jonge kin­de­ren die ouders, broers, zusters en vrien­den hebben verloren en getuige zijn van onbeschrijflijk geweld. Anderen proberen, ge­schei­den van hun familie, zich weer bij die familie te voegen, terwijl ze intussen de angst van de afstand doormaken. Er zijn ver­der min­der­ja­rigen die samen met hun ouders hun weg onder ogen zien, bloot­ge­steld aan extreme en trau­ma­tische omstan­dig­he­den. En slotte mogen wij niet de tra­gische omstan­dig­he­den vergeten van al degenen die van hun ouders wor­den ge­schei­den ten gevolge van repatriëring.

Tel bij dit al dra­ma­tische scenario andere tragedies op: de dood op de routes van de migratie, mensen­handel en uitbui­ting, rekrute­ring van min­der­ja­rigen voor de inzet bij gewapende con­flic­ten, seksueel geweld, ge­dwon­gen hu­we­lij­ken en de gruwe­lijk­he­den die op de weg wor­den beleefd of gezien. Op te veel manieren wordt hun waar­dig­heid met voeten getre­den.

Paus Fran­cis­cus herinnerde in de Bood­schap voor de Wereld­dag van mi­gran­ten en vluch­te­lingen van 2017, gewijd aan het thema “Minder­ja­rige mi­gran­ten, kwets­baar en zon­der stem”, eraan dat zij “drie­vou­dig onbeschermd zijn, omdat zij min­der­ja­rig, vreem­de­ling en weerloos zijn, wanneer zij om ver­schil­lende redenen ge­dwon­gen wor­den ver van hun land van oorsprong en ge­schei­den van de genegen­heid van het gezin te leven”.

En toch ontbreekt het te mid­den van zoveel duister niet aan het licht van soli­da­ri­teit: personen, ge­zin­nen, bur­ger­lijke in­stel­lingen en ker­ke­lijke gemeen­schappen kiezen ervoor niet de andere kant op te kijken (vgl. Luc. 10, 29-37). Wij denken aan de ge­zin­nen die de deur van hun huis open­zet­ten om de warmte van huis en haard te her­stel­len voor deze min­der­ja­rigen, aan de opvoe­ders in de gemeen­schappen van opvang, aan de vrij­wil­li­gers en de werkers die elke dag op de routes en in onze ste­den zich wij­den aan de ver­zor­ging van de onzicht­ba­re won­den van deze kleinen. Met hun inzet getuigen zij ervan dat liefde onver­schil­lig­heid kan over­win­nen.

Ook slechts een van deze kleinen

Ten overstaan van deze dra­ma­tische wer­ke­lijk­heid gaan mijn gedachten uit naar een woord van Jezus dat het geweten van ieder ten diepste bevraagt: “Wie in mijn naam zulk een kind opneem, neemt Mij op” (Mat. 18, 5). Het is niet een kwestie van getallen of sta­tis­tie­ken. Het evan­ge­lie nodigt ons uit om geen bereke­ningen te maken: “ook slechts een”. Ieder kind, iedere mens bezit een onein­dige waar­dig­heid. Het is een beeld en gelijkenis naar God (vgl. Gen. 1, 26), het is de aanwe­zig­heid van de Heer. Tegen­over iedere min­der­ja­rige migrant zijn wij ge­roe­pen een daad van men­se­lijk­heid en geloof te stellen: in het kind kunnen wij immers de Heer opnemen en ont­moe­ten. Deze oproep wordt nog dringen­der in het licht van de andere woor­den van de Heer in het evan­ge­lie van Matteüs: “Ik was vreem­de­ling en gij hebt Mij opgeno­men” (Mat. 25, 35).

Helaas wor­den min­der­ja­rige mi­gran­ten ge­mak­ke­lijker onzicht­baar, omdat zij geen vol­was­se­nen hebben die hen be­scher­men en onder­steunen. Het is nood­za­ke­lijk in de lan­den van oorsprong in te grijpen om niet alleen bescher­ming en opvang te bie­den in de lan­den van door­tocht en aan­komst, maar ook de eventuele oor­zaken die dwingen om te vluchten, weg te nemen. De kreet van de ontheemde min­der­ja­rigen stijgt vandaag op naar God, precies zoals wij die horen in Exodus: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammer­klach­ten om zijn onderdrukkers gehoord: ja, Ik ken zijn lij­den. Ik daal af om mijn volk te bevrij­den” (Ex. 3, 7-8). God luistert en om te bevrij­den bevraagt Hij met kracht het geweten en het han­de­len van ieder van ons, zoals Hij met Mozes heeft gedaan. Wij mogen niet on­ver­schil­lig blijven en ook niet wennen aan zoveel leed.

Een beroep op de verant­woor­de­lijk­heid van allen

Ook slechts een van deze kleinen roept ons in ons per­soon­lijk leven op om ogen en hart te openen voor een diep­gaand luis­te­ren naar het verhaal, de vrees en de dromen van ieder van hen, de afstand overbruggend waarbij de mens wordt geredu­ceerd tot een statis­tisch gegeven dat op ons geen betrek­king heeft. Het is een uit­no­di­ging om het kind nog eer­der dan als zijnde een “migrant” te erkennen in zijn waar­dig­heid en zijn fun­da­men­tele rechten te be­scher­men: rechten op leven, opvoe­ding, een niveau van bestaan dat het hem moge­lijk maakt te groeien en zich ten volle te ont­wik­ke­len vanuit fysiek, gees­te­lijk, spi­ri­tu­eel, moreel en sociaal stand­punt.

Ook slechts een van deze kleinen roept ons op om in het leven van de Kerk de opvang te ver­an­de­ren van een abstract idee in een stabiele pas­to­rale praktijk. Wij mogen ons er niet toe beperken deze taak te dele­geren aan in­stel­lingen of vereni­gingen die een spe­ci­fiek cha­risma bezitten: tegen­over de concrete gezichten die ons in het dage­lijks leven bevragen, is heel de chris­te­lijke gemeen­schap ge­roe­pen om hen te be­schou­wen als haar kin­de­ren en betrokken te raken bij het concrete levens­ver­haal van ieder van hen. Het is nood­za­ke­lijk de chris­te­lijke gemeen­schappen aan te moe­digen om vluch­te­lingen en mi­gran­ten te integreren en waar­de­ren als volle leden van de ker­ke­lijke familie door het sti­mu­leren van nieuwe edu­ca­tieve en spi­ri­tu­ele trajecten die ver­der gaan dan het bie­den van alleen maar bijstand. Het is in het bij­zon­der fun­da­men­teel de een­zaam­heid, het isole­ment en de afwij­zing, die niet zel­den ook de kin­de­ren van mi­gran­ten treffen, te voor­ko­men en een dyna­miek te bevor­de­ren van ont­moe­ting en in­te­gra­tie waarbij de plaat­se­lijke kin­de­ren en jonge mi­gran­ten elkaar kunnen onder­steunen op een weg van weder­zijds respect, soli­da­ri­teit en vriend­schap.

Ook herinnert slechts een van deze kleinen ons tegen de ach­ter­grond van ver­schil­lende gods­diensten eraan dat de kwets­baar­heid van kin­de­ren geen gods­diens­tige grenzen kent en ons samen brengt in een gedeelde men­se­lijke en spi­ri­tu­ele verant­woor­de­lijk­heid. Dit wordt een vrucht­baar terrein voor een concrete interreli­gi­euze dialoog, waar gelo­vi­gen samen­wer­ken in het opzetten van net­werken ter bescher­ming daarbij puttend uit het eigen gevoel van trans­cen­dentie. De geloofs­ge­meen­schappen zijn ge­roe­pen om plekken te creëren waarin ieder meisje en iedere jongen wordt ge­res­pec­teerd en naar waarde wordt geschat binnen de eigen culturele iden­ti­teit en om het gevaar van radi­ca­li­sering door extre­mis­tische groepe­ringen te voor­ko­men. Een min­der­ja­rige be­scher­men betekent uit­ein­delijk het god­de­lijk stempel dat op hem is gedrukt, bewaken.

Ook roept slechts een van deze kleinen ons in de context van bur­ger­lijke in­stel­lingen ertoe op om het principe van het beste belang voor de min­der­ja­rige opnieuw te beves­tigen. De open­ba­re en private in­stel­lingen zijn gehou­den de bescher­ming en de waar­dig­heid van ieder kind en iedere adolescent afzon­der­lijk centraal te stellen. Dat brengt een keuze mee voor afdoende wette­lijke instru­menten ter bescher­ming door hereni­ging met familie te bevor­de­ren en de trauma’s van de schei­ding te bezweren. Een ver­an­de­ring van per­spec­tief is dringend nood­za­ke­lijk: het is nood­za­ke­lijk om in het debat het accent van het puur beheren van migratie­stro­men te verschuiven naar de volle­dige en on­mid­del­lijke bescher­ming van de mensen­rechten door voor “een ge­coör­di­neerd, solidair en doeltreffend ant­woord” te kiezen “dat in staat is bescher­ming, opvang en wer­ke­lijke gelegen­he­den van in­te­gra­tie voor wie emigreert” te waar­bor­gen” (Toespraak tot het Spaans parle­ment, 8 juni 2026).

Laten wij de min­der­ja­rige mi­gran­ten toe­ver­trou­wen aan de moe­der­lijke bescher­ming van de Heilige Maria, die samen met de heilige Jozef en Jezus, nog een kind, de wreed­heid van het geweld van Herodes en het drama van de balling­schap in Egypte leerde kennen (vgl. Mat. 2,3-15); moge zij hun stappen be­ge­lei­den en onze gemeen­schappen helpen om levende en geloof­waar­dige tekens van het evan­ge­lie te wor­den.

Uit het Vati­caan, 11 au­gus­tus 2026, ge­dach­te­nis van de heilige Clara van Assisi.

+ Leo PP. XIV

 

Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK




Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose