Bisdom Haarlem-Amsterdam










Wereldgebedsdag voor de Zorg voor de Schepping

Dinsdag 1 september 2026

gepubliceerd: dinsdag, 1 september 2026
foto: Grok
Dan sme­den zij hun zwaar­den om tot ploegscharen en hun speer­pun­ten tot sikkels
Dan sme­den zij hun zwaar­den om tot ploegscharen en hun speer­pun­ten tot sikkels

Paus Leo XIV roept in zijn bood­schap voor de Wereld­ge­beds­dag voor de Zorg voor de Schep­ping op tot een nauwere verbin­ding tussen vrede, recht­vaar­dig­heid en zorg voor het milieu. Volgens de paus zijn oorlog, sociale onge­lijk­heid en eco­lo­gische achter­uit­gang niet los van elkaar te zien, maar vormen zij samen een we­reld­wijde crisis die vraagt om zowel maat­schap­pe­lijke als per­soon­lijke ver­an­de­ring.

De bood­schap voor de gebeds­dag die op dins­dag 1 sep­tem­ber 2026 wordt gevierd, draagt als titel: “Dan sme­den zij hun zwaar­den om tot ploegscharen en hun speer­pun­ten tot sikkels” naar de bekende Bijbel­tekst van de profeet Jesaja (2,4). De paus vraagt om mid­de­len van ver­nie­ti­ging om te vormen tot instru­menten die het leven onder­steunen.

Hier­on­der plaatsen we een werk­ver­ta­ling van de bood­schap die paus Leo XIV op 15 au­gus­tus - Maria Ten­hemel­op­ne­ming - publi­ceerde. U kunt hem ook down­loa­den van rkkerk.nl.

Wapen van paus Leo XIV

Bood­schap van Zijne Hei­lig­heid

Paus Leo XIV

Voor de 11de Wereld­ge­beds­dag voor de zorg voor de schep­ping 2026

1 sep­tem­ber 2026

“Dan sme­den zij hun zwaar­den om tot ploegscharen
en hun speer­pun­ten tot sikkels” (Jes. 2, 4)

 

Geliefde broe­ders en zusters,

Onze Heer Jezus Christus is in de wereld geko­men, opdat wij leven bezitten en wel in overvloed (vgl. Joh. 10, 10). Deze gave staat in het middel­punt van onze zen­ding als leer­lin­gen en van onze gemeen­schap­pe­lijke roe­ping om aan een bescha­ving van liefde te bouwen. Terwijl wij deze Wereld­ge­beds­dag voor zorg voor de schep­ping vieren, wor­den wij nogmaals uit­ge­no­digd om over de gave van het leven na te denken en ons te bekommeren om de aarde die het leven onder­steunt en zo onze Schepper lof te brengen.

Wij zijn vandaag getuige van ver­schil­lende crises en van zeer veel men­se­lijk leed. Tege­lijker­tijd lijkt het dat de verwoes­ting van het harmonieuze evenwicht van de schep­ping versnelt. Deze ver­schijn­selen staan niet los van elkaar; zij vormen één smeek­bede om gene­zing en vrede die opstijgt uit een gewonde wereld.

De God van het leven, die zich in Jezus Christus heeft geopen­baard, biedt een vrede aan die de wereld niet kan geven: “Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u” (Joh. 14, 27). Zij is noch op­per­vlak­kig, noch kort­ston­dig; zij komt voort uit de eeuwige liefde van Christus en uit zijn zorg voor iedere men­se­lijke persoon.

En toch staat deze belofte van vrede in schril contrast met de wer­ke­lijk­heid die wij in de ver­schil­lende delen van de wereld zien. De profeet Jesaja heeft ge­spro­ken over een tijd waarin de naties “hun zwaar­den omsme­den tot ploegscharen” (Jes. 2, 4) door dat wat het leven vernie­tigt, te ver­an­de­ren in iets dat het onder­steunt. Vandaag zien wij echter te vaak juist het tegen­over­ge­stelde gebeuren en de in­span­ningen gericht blijven op geweld en oorlog.

De oorlog brengt won­den voort die veel ver­der gaan dan het slag­veld. Hij oogst slacht­of­fers, verscheurt families en dwingt miljoenen mensen hun huis te verlaten en voedt angst, onge­rech­tig­heid en ver­deeld­heid (vgl. Tweede Vat. Oec. Conc., past. const. Gaudium et spes, 77-82); hij laat een maat­schap­pe­lijke en eco­lo­gische verwoes­ting achter die gene­ra­ties lang duurt. De wissel­wer­king tussen gewapende con­flic­ten en de achter­uit­gang van het milieu creëert bovendien een vicieuze cirkel die de eco­sys­te­men verwoest, wezen­lijke bronnen zoals de lucht en het water ver­vuilt en de voedselzeker­heid ondermijnt. En dit voedt armoede, onge­lijk­heid en nieuwe maat­schap­pe­lijke span­ningen, die op hun beurt kunnen bijdragen aan het opkomen van ver­dere con­flic­ten.

Bovendien brengt de oorlog won­den toe die de structuur van het leven scha­den omdat oorlog niet alleen in­di­vi­duen en gemeen­schappen treft, maar ook hun uit­ge­brei­dere net­werk van relaties met heel de men­se­lijke familie en hun harmonie met de schep­ping. Oorlog open­baart een diep­gaand falen in het leven naar Gods beeld en de gelijkenis, in het res­pec­teren van het leven en het zorg dragen voor de aarde die ons is toe­ver­trouwd. Het is niet alleen een poli­tiek, maar ook een moreel en gees­te­lijk falen. Gewor­teld als de oorlog is in verwrongen verlangens en in een ver­keerd gebruik van de vrij­heid en de men­se­lijke macht, verheft hij zich tot een tegen­ge­tui­ge­nis van het evan­ge­lie van de vrede.

De genoemde crises vragen niet alleen om verant­woor­de­lijk­heid, maar ook om een beke­ring van het hart die vrucht draagt in een diepere trouw aan God, in weder­zijdse liefde en een respect voor de gave van de schep­ping. De vormen van gebrek aan harmonie die wij in de wereld zien, zoals geweld, onrecht en eco­lo­gische achter­uit­gang, zijn niet een­vou­digweg het gevolg van onvolmaakte systemen of struc­tu­ren; zij “hangen samen met de meer fun­da­men­tele oneven­wich­tig­heid die gewor­teld is in het hart van de mens (iibd., 10). In wer­ke­lijk­heid is het men­se­lijk hart de plaats waar de diepste strijd plaats­vindt en waar onze toestand van gevallen mensen zich open­baart. Behalve dat het de zetel van onze emoties is, is het hart het middel­punt van de persoon waar rede, verlangen, wil en geweten samen­ko­men.

Daar strij­den wij met de te­gen­strij­dige verlangens die in ons wonen, liefde en onver­schil­lig­heid, waar­heid en illusie, ge­rech­tig­heid en onrecht (vgl. Jac. 1, 14-15). De wonde van de oorlog en het verval van de aarde zijn daarom ten diepste verbon­den met de toestand van het men­se­lijk hart. De con­flic­ten die de mens­heid kwellen, zijn in veel opzichten de uiter­lijke uitdruk­king van inner­lijke contrasten en ver­deeld­heid. Wanneer een hart op een dwaalspoor is geraakt, lei­den relaties hier­on­der en beginnen struc­tu­ren waaraan wij bouwen, deze on­ge­or­dend­heid te weer­spie­gelen.

Paus Bene­dic­tus XVI heeft ons eraan herinnerd dat “uiter­lijke woes­tijnen in de wereld zich vermenig­vul­digen, omdat inner­lijke woes­tijnen zo uit­ge­breid zijn gewor­den” (vgl. Homilie bij het begin van het Petri­nisch ambt, 24 april 2005). En dit nodigt ons ertoe uit om te erkennen dat wat rondom ons gebroken is, op de een of andere wijze dat ook in ons is. Daarom moeten wij om een vreedzame maat­schappij op te bouwen niet alleen de struc­tu­ren ver­an­de­ren, maar ook ons hart vernieuwen. De diepste oor­zaken van con­flic­ten en het uit­bui­ten van de schep­ping zijn de gevolgen van een ethische en culturele crisis, het verlies van het gevoel voor grenzen, het verlangen naar overheer­sing, het zoeken naar on­mid­del­lijk profijt en het on­ver­mo­gen om de waar­dig­heid te erkennen die God aan iedere men­se­lijke persoon heeft ge­schon­ken.

De profe­tische oproep om “zwaar­den tot ploegscharen om te sme­den” (Jes. 2, 4) is daarom niet alleen maar een droom voor de naties, maar een appèl dat gericht is tot ieder individu. Hij nodigt ons uit om wat kwaad is, te transformeren naar leven. Deze ver­an­de­ring kan echter niet alleen verwezen­lijkt wor­den door een uiter­lijke ver­an­de­ring. Zij vereist in samen­wer­king met de genade van God een diepere, zowel per­soon­lijke als een col­lec­tieve beke­ring: een terug­keer naar de Heer, die weer orde zal scheppen in onze verlangens, onze won­den zal genezen en ons zal helpen om te groeien in de deugd.

Zonder deze inner­lijke ver­an­de­ring blijft de vrede kwets­baar en van korte duur. Maar waar de harten zich vernieuwen, beginnen zich nieuwe moge­lijk­he­den te openen. Wat gebruikt is voor de verwoes­ting, kan weer op het leven gericht wor­den, de zorg voor de armen, het voe­den van de hon­gerigen en het behoud van de schep­ping. Dat is de weg van een authen­tieke eco­lo­gische beke­ring, waarbij de effecten van de ont­moe­ting met Jezus Christus dui­de­lijk zicht­baar wor­den in de relatie met de wereld die ons omgeeft (vgl. Fran­cis­cus, encycl. Laudato si’, 10). Vrede begint daarom in het hart en weer­spie­gelt zich naar buiten toe in onze relaties, in de gemeen­schappen en bre­der in de wereld.

Hoewel de uit­dagingen die ons te wachten staan, enorm zijn, laat de Heer ons niet zon­der mid­de­len voor gene­zing en ver­an­de­ring. In plaats van oorlogs­wa­pens schenkt de God van de vrede de kracht om te genezen, te verzoenen en opnieuw een bescha­ving van liefde op te bouwen. Zo zijn wij ge­roe­pen om de vele “eco­sys­te­men”, die ons zijn toe­ver­trouwd: die van de schep­ping, van de men­se­lijke relaties en het hart van de mens zelf, te be­scher­men.

Laten wij ons een wereld voor­stel­len waarin de energie die in oorlog wordt gestoken, bestemd wordt voor de in­te­grale ontwikkelij­king van de mens, het over­win­nen van armoede, de bescher­ming van de men­se­lijke waar­dig­heid en de ver­zoe­ning tussen ver­deelde volken. Een derge­lijke visie weer­spie­gelt het geloof in de komst van het Rijk Gods.

De echte instru­menten om de vrede op te bouwen zijn niet de wapens van de verwoes­ting, maar veeleer de waar­heid, de dialoog, het geduld, de goed­heid, de ge­rech­tig­heid, de barm­har­tig­heid, het begrip, de zorg en de liefde. Deze komen voort uit harten die gevormd zijn door het evan­ge­lie en gesteund wor­den door Gods genade. Alleen deze hoedanig­he­den hebben het vermogen om in­di­vi­duen te ver­an­de­ren, gemeen­schappen te vernieuwen en de won­den van onze wereld te genezen.

Geliefde broe­ders en zusters, de weg die wij voor ons hebben is dui­de­lijk, hoewel niet ge­mak­ke­lijk. Wij zijn ge­roe­pen om onze harten te laten vernieuwen, opdat wij de vrede kunnen zoeken en zorg kunnen dragen voor de schep­ping. De Schrift beveelt ons aan onze harten te behoe­den, omdat daaruit alles ontsp­ringt wat wij doen (vgl. Spr. 4, 23).

Als wij deze taak nederig en met geloof op ons nemen, zullen wij mede­wer­kers wor­den in het werk van de vernieu­wing van God. Wij zullen langzamer­hand, maar onverbid­de­lijk over­gaan van een woes­tijn naar een tuin, van ver­deeld­heid naar gemeen­schap en van geweld naar vrede.

Moge de Heer ons de moed geven om deze weg te gaan, opdat in onze tijd de “zwaar­den” wer­ke­lijk “tot ploegscharen wor­den omgesmeed”, de belofte van het evan­ge­lie zich dieper in onze wereld wor­telt en de vrede van God heerst over heel de schep­ping.

Uit het Vati­caan, 15 au­gus­tus 2026, Ten­hemel­op­ne­ming van de Heilige Maagd Maria.

+ LEO PP. XIV.

Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK




Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose