
In zijn boodschap voor de 112de Werelddag voor Migranten en Vluchtelingen, die op zondag 27 september 2026 wordt gevierd, vraagt paus Leo XIV bijzondere aandacht voor minderjarige migranten en vluchtelingen. Het thema van de dag luidt: “Ook slechts een van deze kleinen”, een verwijzing naar uitspraken van Jezus in het evangelie van Matteüs, waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen en op te nemen.
Volgens de paus zijn minderjarigen “de meest kwetsbaren binnen de migrantenstromen over de wereld”. Hij wijst erop dat ieder jaar miljoenen kinderen en adolescenten gedwongen worden hun land te verlaten als gevolg van “oorlogen, armoede, geweld, milieurampen en andere tragedies”. Daarbij benadrukt hij dat het gaat om “concrete personen, unieke geschiedenissen, die een beroep doen op ons geweten”.
De boodschap werd gepubliceerd vanuit het Vaticaan op 11 augustus 2026 en is bestemd voor de jaarlijkse Werelddag voor Migranten en Vluchtelingen van de Rooms-Katholieke Kerk op 27 september 2026.
Van jaar tot jaar nodigt de Werelddag voor migranten en vluchtelingen ons uit om onze blik te richten op verschillende aspecten van het complexe verschijnsel van de migratie. Voor deze 112de dag richt het thema “Ook slechts een van deze kleinen” onze aandacht opnieuw op de minderjarigen die direct betrokken zijn bij de ervaring van migratie en vlucht, de zorg ten opzichte van hen en de belofte van de Heer dat “wie een kind als dit opneemt, Mij opneemt” (Mar. 9, 37).
Minderjarigen zijn de meest kwetsbaren binnen de migrantenstromen over de wereld. Het zijn concrete personen, unieke geschiedenissen, die een beroep doen op ons geweten. Ieder jaar worden miljoenen kinderen en adolescenten gedwongen hun land te verlaten ten gevolge van oorlogen, armoede, geweld, milieurampen en andere tragedies: en hun aantal blijft helaas toenemen. De economische, politieke en militaire verantwoordelijkheid voor deze ramp is enorm. Het leed houdt niet op bij het zich verplaatsen: er zijn zeer jonge kinderen die ouders, broers, zusters en vrienden hebben verloren en getuige zijn van onbeschrijflijk geweld. Anderen proberen, gescheiden van hun familie, zich weer bij die familie te voegen, terwijl ze intussen de angst van de afstand doormaken. Er zijn verder minderjarigen die samen met hun ouders hun weg onder ogen zien, blootgesteld aan extreme en traumatische omstandigheden. En slotte mogen wij niet de tragische omstandigheden vergeten van al degenen die van hun ouders worden gescheiden ten gevolge van repatriëring.
Tel bij dit al dramatische scenario andere tragedies op: de dood op de routes van de migratie, mensenhandel en uitbuiting, rekrutering van minderjarigen voor de inzet bij gewapende conflicten, seksueel geweld, gedwongen huwelijken en de gruwelijkheden die op de weg worden beleefd of gezien. Op te veel manieren wordt hun waardigheid met voeten getreden.
Paus Franciscus herinnerde in de Boodschap voor de Werelddag van migranten en vluchtelingen van 2017, gewijd aan het thema “Minderjarige migranten, kwetsbaar en zonder stem”, eraan dat zij “drievoudig onbeschermd zijn, omdat zij minderjarig, vreemdeling en weerloos zijn, wanneer zij om verschillende redenen gedwongen worden ver van hun land van oorsprong en gescheiden van de genegenheid van het gezin te leven”.
En toch ontbreekt het te midden van zoveel duister niet aan het licht van solidariteit: personen, gezinnen, burgerlijke instellingen en kerkelijke gemeenschappen kiezen ervoor niet de andere kant op te kijken (vgl. Luc. 10, 29-37). Wij denken aan de gezinnen die de deur van hun huis openzetten om de warmte van huis en haard te herstellen voor deze minderjarigen, aan de opvoeders in de gemeenschappen van opvang, aan de vrijwilligers en de werkers die elke dag op de routes en in onze steden zich wijden aan de verzorging van de onzichtbare wonden van deze kleinen. Met hun inzet getuigen zij ervan dat liefde onverschilligheid kan overwinnen.
Ten overstaan van deze dramatische werkelijkheid gaan mijn gedachten uit naar een woord van Jezus dat het geweten van ieder ten diepste bevraagt: “Wie in mijn naam zulk een kind opneem, neemt Mij op” (Mat. 18, 5). Het is niet een kwestie van getallen of statistieken. Het evangelie nodigt ons uit om geen berekeningen te maken: “ook slechts een”. Ieder kind, iedere mens bezit een oneindige waardigheid. Het is een beeld en gelijkenis naar God (vgl. Gen. 1, 26), het is de aanwezigheid van de Heer. Tegenover iedere minderjarige migrant zijn wij geroepen een daad van menselijkheid en geloof te stellen: in het kind kunnen wij immers de Heer opnemen en ontmoeten. Deze oproep wordt nog dringender in het licht van de andere woorden van de Heer in het evangelie van Matteüs: “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen” (Mat. 25, 35).
Helaas worden minderjarige migranten gemakkelijker onzichtbaar, omdat zij geen volwassenen hebben die hen beschermen en ondersteunen. Het is noodzakelijk in de landen van oorsprong in te grijpen om niet alleen bescherming en opvang te bieden in de landen van doortocht en aankomst, maar ook de eventuele oorzaken die dwingen om te vluchten, weg te nemen. De kreet van de ontheemde minderjarigen stijgt vandaag op naar God, precies zoals wij die horen in Exodus: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord: ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden” (Ex. 3, 7-8). God luistert en om te bevrijden bevraagt Hij met kracht het geweten en het handelen van ieder van ons, zoals Hij met Mozes heeft gedaan. Wij mogen niet onverschillig blijven en ook niet wennen aan zoveel leed.
Ook slechts een van deze kleinen roept ons in ons persoonlijk leven op om ogen en hart te openen voor een diepgaand luisteren naar het verhaal, de vrees en de dromen van ieder van hen, de afstand overbruggend waarbij de mens wordt gereduceerd tot een statistisch gegeven dat op ons geen betrekking heeft. Het is een uitnodiging om het kind nog eerder dan als zijnde een “migrant” te erkennen in zijn waardigheid en zijn fundamentele rechten te beschermen: rechten op leven, opvoeding, een niveau van bestaan dat het hem mogelijk maakt te groeien en zich ten volle te ontwikkelen vanuit fysiek, geestelijk, spiritueel, moreel en sociaal standpunt.
Ook slechts een van deze kleinen roept ons op om in het leven van de Kerk de opvang te veranderen van een abstract idee in een stabiele pastorale praktijk. Wij mogen ons er niet toe beperken deze taak te delegeren aan instellingen of verenigingen die een specifiek charisma bezitten: tegenover de concrete gezichten die ons in het dagelijks leven bevragen, is heel de christelijke gemeenschap geroepen om hen te beschouwen als haar kinderen en betrokken te raken bij het concrete levensverhaal van ieder van hen. Het is noodzakelijk de christelijke gemeenschappen aan te moedigen om vluchtelingen en migranten te integreren en waarderen als volle leden van de kerkelijke familie door het stimuleren van nieuwe educatieve en spirituele trajecten die verder gaan dan het bieden van alleen maar bijstand. Het is in het bijzonder fundamenteel de eenzaamheid, het isolement en de afwijzing, die niet zelden ook de kinderen van migranten treffen, te voorkomen en een dynamiek te bevorderen van ontmoeting en integratie waarbij de plaatselijke kinderen en jonge migranten elkaar kunnen ondersteunen op een weg van wederzijds respect, solidariteit en vriendschap.
Ook herinnert slechts een van deze kleinen ons tegen de achtergrond van verschillende godsdiensten eraan dat de kwetsbaarheid van kinderen geen godsdienstige grenzen kent en ons samen brengt in een gedeelde menselijke en spirituele verantwoordelijkheid. Dit wordt een vruchtbaar terrein voor een concrete interreligieuze dialoog, waar gelovigen samenwerken in het opzetten van netwerken ter bescherming daarbij puttend uit het eigen gevoel van transcendentie. De geloofsgemeenschappen zijn geroepen om plekken te creëren waarin ieder meisje en iedere jongen wordt gerespecteerd en naar waarde wordt geschat binnen de eigen culturele identiteit en om het gevaar van radicalisering door extremistische groeperingen te voorkomen. Een minderjarige beschermen betekent uiteindelijk het goddelijk stempel dat op hem is gedrukt, bewaken.
Ook roept slechts een van deze kleinen ons in de context van burgerlijke instellingen ertoe op om het principe van het beste belang voor de minderjarige opnieuw te bevestigen. De openbare en private instellingen zijn gehouden de bescherming en de waardigheid van ieder kind en iedere adolescent afzonderlijk centraal te stellen. Dat brengt een keuze mee voor afdoende wettelijke instrumenten ter bescherming door hereniging met familie te bevorderen en de trauma’s van de scheiding te bezweren. Een verandering van perspectief is dringend noodzakelijk: het is noodzakelijk om in het debat het accent van het puur beheren van migratiestromen te verschuiven naar de volledige en onmiddellijke bescherming van de mensenrechten door voor “een gecoördineerd, solidair en doeltreffend antwoord” te kiezen “dat in staat is bescherming, opvang en werkelijke gelegenheden van integratie voor wie emigreert” te waarborgen” (Toespraak tot het Spaans parlement, 8 juni 2026).
Laten wij de minderjarige migranten toevertrouwen aan de moederlijke bescherming van de Heilige Maria, die samen met de heilige Jozef en Jezus, nog een kind, de wreedheid van het geweld van Herodes en het drama van de ballingschap in Egypte leerde kennen (vgl. Mat. 2,3-15); moge zij hun stappen begeleiden en onze gemeenschappen helpen om levende en geloofwaardige tekens van het evangelie te worden.
Uit het Vaticaan, 11 augustus 2026, gedachtenis van de heilige Clara van Assisi.
+ Leo PP. XIV
Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK