
Op 7 oktober 1901 werd de St. Vincentius à Paola-kerk aan de Jacob van Lennepkade ingewijd. de mooie neogotische kerk, ooit hart van de Kinkerbuurt, beleefde een rijke geschiedenis van geloof, gemeenschap en uiteindelijk sloop in 1989. Op dezelfde plek verrees daarna een wooncomplex met op de begane grond een kleinere Vincentiuskerk.
| zondag 27 september 11.00 uur |
Het 125-jarig jubileum wordt op de feestdag van H. Vincentius á Paolo gevierd met een pontificale Mis met mgr. Jan Hendriks. |
| zaterdag 10 oktober 10.00 - 15.00 uur |
Open Dag voor buurtbewoners en belangstellenden. Er is een expositie over de oude en nieuwe kerk en volop gelegenheid de kerkzaal te bezichtigen. |
| zondag 11 oktober 11.00 uur |
Na de Eucharistieviering van 11.00 uur staat er een ontmoetingsdag gepland voor (oud-)parochianen. U bent van harte welkom! |
| informatie | www.rkamsterdamwest.nl/locaties/vincentius |
Amsterdam Oud-West is tussen 1875 en 1900 gebouwd als snelle uitbreiding buiten de oude stadsingel. Wat eerst een landelijk gebied met paden en sloten was, veranderde in een druk bewoonde arbeiders- en volksbuurt in het verlengde van de Jordaan. Langs het Vondelpark kwamen chique straten met Pierre Cuypers’ Vondelkerk (H.-Hartparochie) uit 1875. De rest van Oud-West was een arbeiderswijk. Sommige delen zijn mooi aangelegd, zoals de Da Costabuurt. Andere armer, zoals de Borgerbuurt. Die buurt was rond 1900 een kinderrijke volksbuurt met zo’n 70.000 bewoners (nu ongeveer de helft).
Op de hoek van de Jacob van Lennepkade, Staringstraat en Kanaalstraat in de Kinkerbuurt stond de markante, neogotische St.-Vincentiuskerk naar ontwerp van C.W.P. Dessing, leerling van Cuypers. De kerk werd op 7 oktober 1901 door bisschop Bottemanne officieel geconsacreerd. Bij de kerk werd ook een pastorie en kleuterbewaarschool gebouwd, met bijbehorend zusterklooster (van de J.M.J.-zusters). Tegenover de kerk zat café ‘Onder de toren’. Zo ging dat in die tijd. De grote driebeukige kerk had een hoge, rechts naast de voorgevel staande toren. Deze toren had een achthoekige bovenbouw met hoekpinakels en een naaldspits. Met name deze 67 meter hoge toren (de hoogste toren binnen rooms-katholiek Amsterdam) was een opvallende verschijning, want de omringende woningen kwamen niet hoger dan vier etages. Het interieur (kruiswegstaties, doopkapel en het missiekruis) was van de hand van Pieter Geraedts.
De kerk kreeg in de vorige eeuw te maken met leegloop, waarna de parochie in 1971 fuseerde met de Vondelkerk en ‘De Liefde’ (Bilderdijkstraat) tot de V.V.L.-parochie. In het voorjaar van 1989 werd de Vincentiuskerk gesloten en in de zomer van dat jaar gesloopt. Nu kerkt de gemeenschap in een mooie ruimte aan de Jacob van Lennepkade 211, terwijl een appartementencomplex op de plek van de kerk verrees.
{maps:Sint-Vincentiuskerk Amsterdam}
Toen in 1882 met de bouw van de Kinkerbuurt werd begonnen en in 1887 het Van Lennepkanaal gegraven werd was het eenieder duidelijk dat het een volksbuurt zou gaan worden. Daar kwam nog bij dat de parochies De Liefde en het H. Hart (de Vondel) het aantal parochianen niet meer aankon. In 1899 werd er een stuk grond gekocht voor de bouw van een kerk van de Mij. Overtoom. Bouwpastor werd J.F. de Graaf en als architect C.W.P. Dessing, een leerling van dr. P. Cuypers. Aannemer H.R. Hendriks uit Oss had al meerdere kerken gebouwd in Amsterdam, waaronder de Dominicus en de St. Nicolaas. Door de vele relaties die hij in die kringen had, ontving hij nog wel eens een opdracht.
Op 2 augustus 1900 vond de eerste steenlegging plaats door de deken van Amsterdam, Mgr. A.G. Schweitzer. Een jaar later op 7 oktober 1901 vond de inwijding plaats door Mgr. C.J.M. Bottemanne.
Er stond nu een kerk met 1400 plaatsen en een oppervlakte van 1288 m² met een inwendige hoogte van de hoofdbeuk van 17,5 m. De zijbeuk was 8,7 meter hoog en de toren 66½ meter hoog. Hierin hingen twee klokken. De bouwstijl was de toen veelgebruikte neogotiek, een driebeukige basiliek. De schilderingen, t.w. de kruiswegstaties, de doopkapel en die bij het missiekruis zijn alle gemaakt door de kunstenaar Pieter Geraedts.
Toen de kerk voltooid was kwamen er vijf religieuzen van de orde J.M.J. uit ’s-Hertogenbosch naar Amsterdam. De start voor onderwijs in de buurt.
In 1925 kwam er een orgel. Het zangkoor Jubilate Deo kon nu nog beter het gezang voor de Heer laten horen.
In 1931 ging pastoor De Graaf met emeritaat en in 1932 overleed hij.
Zijn opvolger was pastoor Wouterlood. Deze priester heeft in zijn korte pastoraat veel goede zaken voor de parochie geregeld. Zijn plotselinge dood in 1937 kwam dan ook niet alleen als ongelegen, maar als een volkomen verrassing. Zijn opvolger werd pastoor H.J.M. Nieuwenhuizen.
In 1942 werd op 8 december een klok uit de toren door de bezetter geconfisqueerd.
In 1957 werd er door de parochianen ter gelegenheid van zijn twintigjarig pastoraat een geluidsinstallatie aan pastoor Nieuwenhuizen geschonken.
In 1960 werd de vroegmis (de zogenaamde Vissersmis) afgeschaft. Deze was bekend in Amsterdam en omstreken.
De zondagsplicht was heilig. In 1962 kwam er een nieuwe verwarming en in datzelfde jaar verliet pastoor Nieuwenhuizen de Vincentius. Vijfentwintig jaar was hij herder geweest over de kudde in de Kinkerbuurt.
Zijn opvolger was pastoor Wenneker. Roerige tijden lagen in het verschiet. Ook in de Vincentius ontkwam men niet aan de veranderingen die in het katholieke Nederland aan de gang waren. Leegloop, vergrijzing en ontkerkelijking zijn inmiddels de sleutelwoorden waar alles aan werd opgehangen. In 1968 kwam er een parochieraad en in 1970 volgde de eerste aanzet tot samenwerking met de twee buurparochies, Vondel en De Liefde. In 1971 was er de geboorte van het V.V.L.
De samenstelling van de bevolking wijzigde zich in een razend tempo. Andere godsdiensten manifesteerden zich. Meer dan 45 nationaliteiten waren in de buurt vertegenwoordigd. We praten over de jaren tachtig. De kerk bleek meer dan kerk. Een hongerstaking door een Turkse groep die protesteerde tegen onrecht. De deuren van de Vincentius stonden open. De jaren tachtig waren voor het parochiebestuur een moeilijke periode.
Achterstallig onderhoud en geen centjes om dit te herstellen. Zowel financieel als bestuurlijk was er weinig eer te behalen. De kerk moest dicht. De oplossing werd gevonden in sloop van de kerk en een nieuw te bouwen complex waarin een kerk aanwezig zou zijn.
De laatste Eucharistieviering vond plaats op Paaszondag 26 maart 1989. En in de zomer van 1989 kon de sloper zijn gang gaan.
In haar 88-jarig bestaan zijn er 15.540 mensen gedoopt (de kerk was voor het Wilhelmina Gasthuis de parochiekerk vandaar zoveel doopjes), en 3.750 trouwtjes.
In 1966 kwamen er op zondag gemiddeld 1.855 personen in de kerk. In 1976 waren het er slechts 316 (en dan over het weekend).
De haan verdween na de sloop naar Amsterdam-Noord. Hij staat op een werkplaats van een loodgietersbedrijf.