

Apostelen en Profeten
gepubliceerd: maandag, 7 juni 2010
Kortgeleden vierden we Pinksteren. De Geest waait waar Hij wil, zegt de Schrift, maar op unieke wijze is Hij aanwezig in Zijn kerk, in Woord en Sacrament. Hij deelt vrij gaven en charismata uit. Sommigen roept Hij tot het herdersambt. Anderen schenkt Hij de gave van onderricht en verkondiging. Weer anderen rust Hij toe voor het dienstbetoon of legt hen een profetisch woord in de mond. Die laatste gave zien we gemakkelijk over het hoofd. Toch, juist in een tijd van crisis in kerk en wereld is het, denk ik, meer dan ooit nodig om te luisteren naar wat de Geest tot ons zegt.
De kerk is gebouwd op het ‘fundament van apostelen en profeten’, schrijft Paulus. Van de apostelen weten we het: de twaalf en hun opvolgers, de basis van de apostolische en sacramentele structuur van de kerk. Maar de profeten, waar zijn die? Alle eeuwen door spreekt God ook een profetisch woord om zijn volk te leiden, te troosten en te waarschuwen. In het Oude Testament lezen we voortdurend over de grote en kleine profeten die namens de Heer optreden voor het volk: Elia, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël, Jona en al die anderen. Het waren meestal onbekende personen die op een dag een woord van de Heer ontvingen en dat moesten gaan zeggen aan het volk en zijn leiders. Soms een woord van troost en zegen. Soms een hard woord, dat bekering vraagt en onheil aankondigt. Ze deden het vaak met angst of zelfs tegenzin. Jeremia klaagt: “Ach Heer, Ik kan niet spreken. Ik ben veel te jong”. Maar de Heer is niet onder de indruk en antwoordt: “Zeg niet, ik ben veel te jong. Naar iedereen tot wie Ik u zend moet ge gaan en alles wat Ik u opdraag moet ge hun zeggen.”
Zo was het toen, zo is het nog steeds. Alle tijden door klinken profetische stemmen van mystici en heiligen, maar ook van gewone mensen, kinderen vaak, die een woord ontvangen van de Heer, zijn Moeder, of zijn engelen, en zich gezonden weten om dat aan kerk en mensheid te verkondigen. De kerk moet dit nauwkeurig beproeven -er is kaf onder het koren- maar mag het niet negeren. Het is een gave van God die ons helpt ons geloof te verdiepen en de tekenen van de tijd beter te verstaan. Het niet luisteren naar zijn profeten wekt de toorn op van de Heer, lezen we in de Schrift. Jezus noemt de Farizeeën zelfs “Profetenmoordenaars”. Zij zijn het prototype van de zelfgenoegzame mens, die alles al denkt te weten, en geen woord van de Geest meer tot zich toelaat. Het is een gevaar ook voor ons. Ook wij kunnen in de val lopen dat we tevreden zijn met onszelf en onze gemeenschap. Een profetisch woord dat radicale ommekeer vraagt, meer eerbied voor God en voor het leven, meer vurigheid en heiligheid, meer delen en meer gebed, daar zitten we niet op te wachten. Toch vragen de meeste authentieke profetische stemmen van onze tijd juist dat. Luisteren naar de Geest is niet iets zweverigs of devotioneels, maar een van de pijlers waarop de kerk is gebouwd.
De geschiedenis van de kerk laat zien welke invloed alle eeuwen door het profetisch woord heeft gehad. Rond 1200 ontving Franciscus, toen nog een onbekende jongeling, in een bijzondere ervaring van de Heer de opdracht om de kerk van zijn tijd, die door lauwheid en wereldse gezindheid was vervallen, te vernieuwen. Gedreven door de Geest begint hij te preken. Hij vermaant hij het volk, maar ook paus en bisschoppen, en brengt de kerk opnieuw tot leven. In de veertiende eeuw waren de macht en het aanzien van de paus gebroken. Hij had zich in veiligheid gebracht in Avignon onder de schutse van de Franse koning. In dezelfde tijd leefde de heilige Catharina van Sienna. Zij had een visionaire geest en droeg de wondetekenen van Christus. De Heer laat haar weten dat de paus zijn verantwoordelijkheid niet mag ontvluchten en moet terugkeren naar Rome. Ze vertelt hem dit in strenge profetische woorden. Paus Gregorius XI buigt zich voor het woord van de eenvoudige zuster en keert naar Rome terug.
Maar ook in geloofszaken heeft de kerk zich vaak laten leiden door een profetisch woord.
Centrale kerkelijke feesten - Sacramentsdag, het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, de zondag van de Goddelijke Barmhartigheid e.a. - zijn allen voortgekomen uit een wens van de Heer zelf, die Hij via zieners en mystici aan de Kerk heeft bekend gemaakt. Belangrijke theologische inzichten zijn langs deze weg gegroeid of verdiept. In 1949 ontvangt paus Pius XII een voormalig soldaat, Bruno Cornachiola, uit Rome, en een kleine jongen, Gilles Bonheures, uit Frankrijk, in audiëntie. Aan beiden is Maria verschenen en heeft hen verteld dat zij niet is gestorven, maar met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen. Zij moeten dit de paus vertellen. In het geloofsleven van de kerk leefde deze overtuiging al lang, maar de paus begreep dat hij verder moest gaan. In 1950 kondigt hij het dogma van ‘Maria Tenhemel opneming’ af. In vele Mariaverschijningen worden we opgeroepen om ons onder de mantel van Maria te scharen, omdat de tijden ernstig zijn en de Heer deze bijzonder aan Zijn en onze Moeder heeft toevertrouwd. Honderden miljoenen gelovigen over de hele wereld geven hieraan gehoor en vinden nieuwe kracht en inspiratie in haar grote bedevaartsoorden.
Rond 1800 leefde in de sloppenwijken van Rome een moeder van een groot gezin, Anna Maria Taïgi. Tijdens haar gebed zag zij vaak een mystieke zon onder een doornenkroon, en daarin verleden en toekomst, en Gods wil voor kerk en wereld. Zij werd geraadpleegd door pausen, bisschoppen en vorsten. In 1920 sprak Benedictus XV haar zalig en schrijft: “In Anna Maria heeft God een dam opgeworpen tegen de kolkende zee van de goddeloosheid”. Ook voor onze tijd ontving Anna Maria een inzicht en schrijft: “De boosheid triomfeert. Het onkruid wordt voor iedereen zichtbaar. De mens zal niet meer in staat zijn orde te scheppen in de zelfveroorzaakte chaos. De machtige arm van God zal orde scheppen. Hij zal zijn kerk zuiveren en de aarde reinigen…”. Mét Anna Maria voorzeggen vele authentieke profetische stemmen dat de Heer op voorspraak van zijn Moeder en door de kracht van de Geest nog een bijzondere act van zijn barmhartigheid voorbereidt, voordat zijn gerechtigheid komt. Hij zal elk mensenhart direct aanraken. Ieder zal zichzelf zien in Gods Licht. Het zal zegen en straf tegelijk zijn, een louterend vuur. Na een grote geloofsafval, na vele rampen en beproevingen, schrijft Anna Maria, zullen hele naties terugkeren tot de eenheid in het geloof. “De triomf en algehele blijdschap zullen groot en wonderbaar zijn”. Er is hoop voor kerk en wereld. Er is hoop voor iedere mens. Er is de belofte dat ieder die zijn vertrouwen op Christus stelt voor altijd zal leven en gelukkig zijn in Gods eeuwig Koninkrijk.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam