

Wie is Jezus?
gepubliceerd: dinsdag, 2 oktober 2012
In dit artikel wil ik proberen een visie te geven op de kerk. Maar om dat te kunnen doen, moet ik beginnen bij Jezus. Zonder Hem is er geen kerk. Zonder Hem is er geen verlossing. Zonder Hem is er geen toekomst. Wie is Hij? Die vraag fascineert mensen al 2000 jaar. De laatste tijd met nieuwe hevigheid. Op een stukje papyrus uit de vierde eeuw wordt gesproken over de echtgenote van Jezus. Was Hij dan getrouwd? De media doken er bovenop.
Het Vaticaan en verschillende archeologen zien het als een goedkope vervalsing, maar ook als het echt zou zijn, is het goed verklaarbaar. De verhalen over Jezus en de groei van de jonge Kerk, zette velen in de eerste eeuwen er toe aan over die ‘Jezus beweging’ te gaan schrijven. Sommigen vermengden het met hun eigen voorstellingen. Dat gebeurde vanaf de tweede eeuw vooral in het gnosticisme. Dit is een denkstroming uit het vóórchristelijk heidendom. Het ziet verlossing louter als een innerlijk proces van bewustwording en verlichting. Een uiterlijke Verlosser is niet nodig.
Voor de gnosticus is Jezus dan ook alleen een bijzonder mens, een verlichte geest, die anderen onderricht gaf. Of hij aan het kruis gestorven is of niet, is onbelangrijk. En natuurlijk kon hij best getrouwd zijn. Uit die vermenging van christendom en gnosis ontstonden b.v. de zgn. evangelies van Thomas, Maria Magdalena, Judas, en wellicht ook deze nieuwe Papyrus tekst. Ook in onze tijd bestaat deze leer nog steeds in allerlei vormen. Je vindt het terug in het New Age denken, in de Theosofie, de Antroposofie, bij de Rozenkruisers etc. Steeds gaat het om het verwerven van ‘Kosmisch bewustzijn’ of ‘Christusbewustzijn’ door meditatie, experiment of ritueel. Zelf heb ik ooit jarenlang in deze kringen verkeerd en deze ideeën aangehangen.
Het getuigenis van de apostelen
Vanaf het begin heeft de jonge kerk zich hiertegen verzet. De apostelen en evangelisten geven een totaal ander beeld van Jezus. Ze waren jarenlang met Hem opgetrokken, en steeds dieper doorgedrongen in het grandioze mysterie van zijn Persoon. Als Jezus eens aarzelend vraagt wie zijzelf denken dat Hij is, roept Petrus uit: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Jezus prijst hem om dit getuigenis, en spreekt ook zelf openlijk over zijn eenheid met de Vader. Die ‘aanmatiging’ God te zijn zou Hem uiteindelijk aan het kruis brengen.
Op een dag wordt een lamme bij Hem gebracht, en Jezus zegt: ‘ Vriend, uw zonden zijn u vergeven’. De Farizeeërs zijn razend en protesteren: ‘Wie anders kan zonden vergeven dan God alleen?’. Ze hadden gelijk. Op het kruis spreekt Hij tot de berouwvolle moordenaar dat prachtige woord: ‘Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs’. Dat kan geen mens beloven, geen heilige of goeroe, geen mysticus of profeet. Dat kan alleen God.
Op het einde van z’n leven staat Hij voor de hogepriester Kajafas. Deze bezweert Hem te zeggen: ‘ Zijt Gij de Zoon van God?’. Jezus antwoordt: ‘Gij zegt het. Dat ben ik’. Daarop scheurt de hogepriester zijn kleren en roept uit: ‘Wat hebben we nog voor bewijs nodig. Ge hebt de Godslastering zelf gehoord’. Men veroordeelt Hem ter dood. Ook nu nog leeft bij velen diezelfde ergernis.
Dat ‘Zoon van God’ is toch alleen maar een manier van zeggen. NEE, het is de basis van ons hele geloof, het fundament van onze verlossing, onze toegang tot eeuwig leven en geluk. Door zijn menswording is Hij onze bloedsbroeder geworden, en wij kinderen van God. Door zijn lijden en dood heeft Hij al ons kwaad op zich genomen en goedgemaakt. Je kunt er een beroep op doen. Door zijn Opstanding sleept Hij ons mee in een totaal nieuwe dimensie van bestaan, eeuwig leven met ziel en lichaam in Gods oneindig universum. Dat is Verlossing en ze is alomvattend. Het is zoveel meer dan alleen bewustwording en verlichting.
Van Jezus naar Kerk
Na de dood en opstanding van Jezus stonden de leerlingen voor de opdracht zijn missie voort te zetten: “Gaat en onderwijst alle volkeren en doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest”. Ze waren zich terdege bewust niet alleen een leer uit te dragen, maar zélf Zijn volk, Zijn Lichaam te zijn, erfgenaam van Zijn helende en vergevende Kracht. Naar het woord van een kerkvader: “Alles wat zichtbaar was aan Jezus toen Hij op aarde rondging, is overgegaan op de Kerk”. En ze trokken uit, eerst naar de steden in Palestina
en Klein-Azië, later ook naar Europa, India en Noord Afrika. Ze getuigden met vuur en brachten tallozen tot geloof. Tekenen en wonderen gaven kracht aan hun woorden. De vonk sloeg over. Vele mensen beseften dat hun in Jezus de weg geboden werd naar redding en eeuwig leven. Een weg uit zonde en schuld, een weg naar de hemel. Er vormden zich eerste gemeentes. In Antiochië werden ze voor het eerst ‘christenen’ genoemd. Door handoplegging en gebed stelde de apostelen de eerste bisschoppen ( episcopoi), priesters (presbyteroi) en diakens (diaconoi) aan. Ze kwamen samen om eucharistie te vieren, zoals Jezus het hun had voorgedaan. In het jaar 50 werd het eerste apostel concilie in Jerusalem gehouden. Het waren levende gemeenschappen met vele gaven en charismata. Sommigen gaven leiding. Anderen profeteerden. Weer anderen hadden de gave van genezing of bemoediging. Ze deelden alles met elkaar en waren bekend door de kracht van de liefde die hen samenbond.
Waar zijn we nu?
In haar grondstructuur is de kerk van vandaag nog steeds dezelfde als in het begin, maar het Lichaam van Christus is gewond door zwakheid en falen van binnenuit, en vervolging van buitenaf. Elk jaar worden tienduizenden christenen wereldwijd vermoord om hun geloof, en ondervinden miljoenen anderen dagelijks uitsluiting, discriminatie of gevangenschap. Ondanks alles, of misschien juist daardoor, ontwikkelt de kerk in het Zuiden een enorme vitaliteit.
Bij ons ziet er helaas anders uit. Tallozen leven zonder God. Ze zijn vergeten dat ze een Vader hebben in de hemel. Ze zijn vergeten dat ze in Jezus een Vriend en Verlosser hebben die uit de hemel is neergedaald om hen zelfs uit de diepste duisternis van wanhoop, zonde en schuld op te trekken naar het Licht. Dat Maria een Moeder is die hen omgeeft met intense liefde en onophoudelijk voor hen ten beste spreekt. Zij brengt ons naar haar Zoon, want alleen in de band met Hem ligt redding.
Daarvoor heeft Hij Zijn kerk gesticht, en leeft in haar verder door zijn Geest, om mensen een begaanbare weg te bieden naar verlossing en eeuwig leven. “Waar twee of drie bijeen zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden”. In het Woord van de Schrift spreekt Hij je aan. In de sacramenten raakt Hij je aan. In de biecht vernieuwt Hij steeds de genade van je doopsel en vergeeft je zonden, zelfs al “reiken ze van de aarde tot de hemel”. In de eucharistie, het sacrament van de liefde bij uitstek, ben je werkelijk aanwezig in de zaal van het Laatste Avondmaal en op Golgotha. Hij neemt je mee in die beweging van dood naar Opstanding, en voedt je in volle werkelijkheid met “zijn Lichaam en zijn Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid”.
Waar Hij geloof vindt, brengt Hij je ziel tot leven en sterkt in je de hoop, de vreugde en de liefde. En dan stuurt Hij je uit om anderen lief te hebben. Zo zijn we geroepen om samen kerk te zijn. Wat dat alles praktisch betekent voor organisatie en beleid, daarover zou ik nog veel kunnen zeggen. Maar dat voert nu te ver. Daarvoor vraag ik uw medewerking, en hoop hier een andere keer op terug te komen.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam