

Mijmeringen bij de vakantietijd
gepubliceerd: maandag, 30 juli 2012
De vakantietijd is begonnen. Velen van ons zullen weer duizenden kilometers overbruggen en misschien uren files op de koop nemen om dat ene bijzondere plekje te vinden, waar we hopen voor geest en lichaam wat ontspanning en nieuwe kracht te vinden.
Ook ik hoop een paar weken wat los te komen van alle dagelijkse beslommeringen en problemen. Het valt me meestal niet gemakkelijk. Veel zaken neem je in je hoofd mee en als ik het net begin los te laten, gaat meestal wel de telefoon om me een nieuwe kwestie voor te leggen. Met een zekere weemoed denk ik wel eens terug aan de vakanties van m’n jeugdjaren.
De jaarlijkse vakantie was altijd weer een heerlijk avontuur. Vakantie was in mijn kindertijd - ik spreek nu over de jaren vijftig - nog helemaal geen zaak van enigerlei reisplanning, organisatie of ook stress. We stapten gewoon in de auto, vader, moeder en vier kleine kinderen op de achterbank, en reden weg, Europa tegemoet.
Als kinderen mochten we elke ochtend op de kaart kijken en beslissen waar we die dag naar toe zouden gaan. ‘s Avonds werd een hotelletje gezocht. Meestal lukte dat vrij snel, soms niet. Ik herinner me dat we laat op een avond in Salzburg aankwamen. Alle hotels waren volgeboekt. Na uren zoeken zette vader de auto aan de kant en wist het ook niet meer.
Zoals gewoonlijk zei moeder: “We gaan bidden.” We hadden net een paar weesgegroetjes gebeden of er stopte een auto naast ons met een Oostenrijks echtpaar erin. “Suchen Sie Unterkunft?”, vroegen ze, “folgen Sie uns”. Ze gingen ons voor naar een prachtig landhuis waar we enkele dagen grootse gastvrijheid genoten en door de hele omgeving werden rondgeleid.
Het was, zeker in ons gezin, nog de tijd van eenvoudig ongecompliceerd geloof. Problemen werden met gebed opgelost. Zoals in elk katholiek gezin gingen vader, moeder en de kinderen elke avond op de knieën bij een stoel om samen de rozenkrans te bidden. Het hield hen vast bij elkaar en bij God.
Een andere keer sliepen we in een prachtig hotel, direct aan het Como meer. Daar had ik m’n eerste religieuze ervaring. Ik heb het al eens verteld. Ik was een jaar of tien en lag die nacht in bed en dacht: Alles is perfect. Een gelukkig gezin. Gezondheid en welvaart. Vakantie aan een prachtig meer. Beter kan het leven niet worden.
Er overviel me een intense droefheid. ‘Is dit het nou?’, dacht ik, ‘is het leven alleen maar proberen wat geluk vast te houden?’. Ik voelde dat het niet genoeg was, maar kon het als kind nog niet duiden. Al onze verlangens zullen pas vervuld worden in de eeuwigheid. Wel voelde ik God dicht bij me. Uren lang lag ik te huilen in bed tot ik in slaap viel.
De volgende ochtend was het weg. De reis ging verder, kris kras door Europa. Vader was zakenman van het type: ‘doing Europe in six days’. Het hoorde bij de opvoeding om ook musea te bezoeken, vond hij, maar meestal als we net een kaartje gekocht hadden, stond hij zelf al weer buiten. Ook bezochten we kastelen en kathedralen en bij een kapelletje langs de weg werd altijd wel even gestopt om zegen te vragen.
Toen ik wat ouder werd en zelf met vrienden op vakantie ging, heb ik toch vaak de bescherming door het gebed van m’n ouders gevoeld. Ik was een jaar of twintig en maakte met een vriend een trektocht door Noord - Afrika. Het moest een avontuur worden en we reisden zonder enige bagage.
We verzeilden in allerlei levensgevaarlijke situaties. Op een dag konden we bijvoorbeeld mee met een auto karavaan door de woestijn naar Libië. Onderweg wilde de chauffeur echter al ons geld hebben. We wilden het niet geven en werden met enig geweld uit de auto gezet. De karavaan reed verder en liet ons staan, midden in de woestijn, tientallen kilometers van de bewoonde wereld en zonder enig water of voedsel.
We wisten niets beters te doen dan de sporen van de auto’s maar terug te volgen en sjokten door het zand. Toen we nauwelijks verder konden, kwam er een auto aan, de enige auto die we die dag zagen. Er bleek de directeur in te zitten van een kunstmestfabriek in de omgeving die door Nederlanders was gebouwd. Hij was een en al vriendelijkheid, nam ons mee naar de fabriek en zette ons een rijke maaltijd voor.
Soms voel je je heel concreet beschermd, en soms lijkt God ver weg en ga je ook figuurlijk door de woestijn. Het hoort allemaal bij het leven en bij het plan dat God voor je heeft. Hier laat ik het maar bij. Het artikel heeft niet zoveel theologische diepgang, realiseer ik me. Het zijn wat mijmeringen bij de vakantietijd, maar daarvoor is het ook voor mij vakantie. Ik wens u een ontspannende en tegelijk gezegende zomer toe.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam