Bisdom Haarlem-Amsterdam









Pausboodschap voor Werelddag van grootouders en ouderen

Zondag 26 juli

gepubliceerd: vrijdag, 10 juli 2026
foto: Grok
Pausboodschap voor Werelddag van grootouders en ouderen

Paus Leo XIV roept onder anderen jon­ge­ren op om ouderen in hun omge­ving te bezoeken en nabij­heid te tonen aan mensen die zich vergeten of een­zaam voelen. Dat schrijft hij in zijn bood­schap voor de zesde Wereld­dag van de Groot­ouders en de Ouderen, die op zon­dag 26 juli wordt gevierd.

De paus koos als thema de woor­den ‘Ik vergeet jou nooit’ uit het boek Jesaja. Volgens Leo XIV her­in­ne­ren deze woor­den eraan dat God iedere mens kent en liefheeft, ook wanneer iemand zich verlaten of vergeten voelt. Hij wijst erop dat veel ouderen te maken hebben met een­zaam­heid en het gevoel niet meer gezien te wor­den, zowel thuis als in zorgin­stel­lingen.

In zijn bood­schap stelt de paus dat de Wereld­dag een gelegen­heid biedt om opnieuw te ont­dek­ken dat ouderen een vol­waar­dige plaats innemen binnen de Kerk en de samen­le­ving. Hij moe­digt vooral jon­ge­ren aan om hun groot­ouders, oudere fami­lie­le­den en ouderen op te zoeken. Hij schrijft dat een per­soon­lijke ont­moe­ting een concreet teken van aan­dacht en ver­bon­den­heid is.

Bood­schap in het Engels en een werk­ver­ta­ling

Wapen van paus Leo XIV

De Heilige Stoel

Bood­schap van de Heilige Vader Leo XIV
voor de 6de Wereld­dag van de Groot­ouders en de Ouderen

Feest van de heilige Joachim en Anna, 26 juli 2026

Ik vergeet jou nooit (Jes. 49, 15)

Geliefde broe­ders en zusters,

Bij monde van de profeet Jesaja belooft de Heer dat hij nooit iemand van ons zal vergeten. Hij verzekert ons ervan dat Hij onze gezichten getekend heeft staan in zijn handpalmen (vgl. Jes. 49, 16) en dat zijn liefde groter is dan die van een moe­der voor haar kind (vgl. Jes. 49, 15). De profeet laat ons een glimp zien van een intieme en ker­nach­tige dialoog waarbij God zich richt tot ieder­een en het volk zelf en allen met jij aanspreekt. Ook vandaag kunnen wij deze woor­den lezen die op ieder van ons betrek­king hebben, en kan ieder­een dat per­soon­lijke “Ik vergeet jou nooit”, horen.

Het zijn woor­den die vervullen van troost en ver­trouwen. Het is een ant­woord op een angs­tig gevoel dat het hart raakt: “De Heer heeft mij verlaten, de Heer heeft mij vergeten” (Jes. 49, 14). Hoe vaak wordt in de Heilige Schrift, in het bij­zon­der in de psalmen, het gebed geboren uit de ont­red­de­ring van degenen die de indruk heeft dat zijn eigen leven niemand in­te­res­seert en wordt vero­nacht­zaamd! Het smarte­lijke gevoel vergeten te wor­den hebben helaas veel mensen met elkaar gemeen en onder hen zijn niet weinig ouderen.

De liefde van God, die daar­en­te­gen niemand vergeet, biedt zich aan als een daad van ge­rech­tig­heid en een ant­woord op de anonimi­teit waarin het men­se­lijk leven te vaak uit­ein­delijk ver­dwaalt. Over het bestaan van vooral veel ouderen lijkt een sluier te liggen die de trekken van het gezicht vervaagt en bedekt met verge­tel­heid. Dat is wat in de huizen gebeurt waar de een­zaam­heid heerst en ook in verpleeginrich­tingen waar de individuali­teit van iedere persoon geredu­ceerd dreigt te wor­den tot het nummer van zijn bed en zijn patho­lo­gie.

De vie­ring van de Wereld­dag van de Groot­ouders en de Ouderen is een gelegen­heid om opnieuw te ont­dek­ken dat de Kerk ge­roe­pen is om moe­der van allen te zijn en dat het op iedere leef­tijd moge­lijk is om te ont­dek­ken zonen en dochters van God te zijn. Laat deze dag dus een stimulans zijn voor allen, in het bij­zon­der voor de jon­ge­ren, om de mooie gewoonte weer op te pakken om de eigen groot­ouders, de ouderen in de familie en ook hen die helemaal geen bezoek krijgen, te bezoeken. Breng met deze bood­schap en jullie aanwe­zig­heid de nabij­heid en de genegen­heid van de paus naar hen toe. Zorg ervoor dat de woor­den van de profeet “Ik vergeet jou niet” de vorm krijgen van een tedere en liefde­volle ont­moe­ting. “In een tijd die ertoe neigt om te versnellen en te versplin­te­ren, blijft het men­se­lijke lichaam erom vragen ver­zorgd en erkend te wor­den door han­den die in staat zijn tot teder­heid, door een aan­dach­tige geest en vrien­de­lijke woor­den. De digitale cultuur vermenig­vul­digt de verbin­dingen en biedt nieuwe moge­lijk­he­den voor een ont­moe­ting, het men­se­lijk hart bewaart echter een onvervreemd­ba­re behoefte aan nabij­heid” (encycl. Magnifica humanitas, 239).

De Kerk kent het lij­den van haar oudere kin­de­ren, weet goed dat men al te vaak met een vooroor­deel naar hen kijkt en hen beschouwt als een last; zij is zich ervan bewust dat een economie die ge­con­cen­treerd is op gewin, de familie­ban­den verzwakt; zij weet dat veel ouderen wor­den achter­ge­la­ten door de kin­de­ren die ge­dwon­gen zijn te migreren of in som­mi­ge gevallen te vechten. Om elk van deze redenen is zij blij om de belofte van de Heer te ver­kon­di­gen: “Ik vergeet jou nooit”.

Het is fijn op iedere leef­tijd, maar vooral wanneer men jon­ger is, zoals de zalige Johannes Paulus I zei, te ont­dek­ken dat wij “van Gods kant een on­ver­gan­ke­lijke liefde” ont­van­gen. Wij weten: Hij heeft altijd zijn ogen op ons gericht, ook wanneer het lijkt dat het nacht is. Hij is onze vader, nog meer is Hij onze moe­der” (Angelus, 10 sep­tem­ber 1978). Ook al komt het niet spon­taan bij ons op zo te denken, de waar­heid is dat wij ook als ouderen niet ophou­den zonen en dochters te zijn en daarom blijft iedere dag de uit­no­di­ging gel­den om terug te keren in de armen van God, wiens liefde tege­lijk die van een vader en een moe­der is.

De ontdek­king van de teder­heid van God komt voor velen in de loop van het bestaan, soms juist in het laatste deel van het leven. Het is immers anders dan in het verle­den steeds vaker moge­lijk ouder te wor­den zon­der een wer­ke­lijke geloofs­er­va­ring gehad te hebben. In dat geval kan op gevor­derde leef­tijd met als uitgangs­punt de vragen die men zich in die periode van het leven dringen­der stelt, dit de geschikte tijd wor­den om een gees­te­lijk leven te beginnen of te her­ne­men. Op deze nieuwe weg kan men erkennen dat God, zoals de heilige Au­gus­ti­nus zegt, “een moe­der is, omdat Hij verwarmt, voedt, zoogt, ver­zorgt” (Com­men­taar op psalm 26, II, 18). Het is het bewust­zijn dat helpt om geen schaamte te voelen over de broos­heid die naar boven komt, en ook te begrijpen dat wij altijd behoefte aan elkaar hebben en bedelen om aan­dacht en zorg. Wij kunnen ons nu met het ver­trouwen van kin­de­ren in het gebed tot God wen­den, die dichtbij komt en die wij leren kennen in zijn teder­heid. Het is nooit te laat om te beginnen met het zich tot Hem te richten. Het kan een grote gave voor allen zijn.

Geliefde ouderen, paus Fran­cis­cus sprak over u als een “nieuw volk” (Catechese, 23 februari 2022), aangezien het aantal personen op leef­tijd in de ge­schie­de­nis nooit zo hoog is geweest. En dus is het uiterst be­lang­rijk met u, “het nieuwe volk”, na te denken over wat onze roe­ping kan zijn, wanneer de broos­heid, die met de mens vanaf de geboorte meegaat, de over­hand lijkt te krijgen. Ik zou graag tot u willen zeggen: wees niet bang voor de broos­heid! Juist onder deze zwak­heid gaat een nieuwe po­ten­tie schuil die de andere leef­tij­den van het leven verlicht. Immers, wanneer broos­heid wordt aanvaard en erkend, “opent zij het hart voor weder­zijdse onder­steu­ning en het aan­roe­pen van Hem die kan geven wat geen enkele men­se­lijke macht in staat is te garan­de­ren: de diepe ver­zoe­ning van de harten en daar­mee de vrede” (ont­moe­ting met de Algerijnse gemeen­schap, Basiliek van Onze Moeder van Afrika, Algerije, 13 april 2026).

Zo kunnen wij als chris­te­nen de tijd van de ouderdom beleven: “broos”, maar tege­lijker­tijd “ge­roe­pen”. Een man en een vrouw kunnen immers als ouderen herboren wor­den (vgl. Joh. 3, 4-6) en uitroepen met de profeet: “In stille berus­ting ligt uw red­ding, in rus­tig ver­trouwen uw kracht” (Jes. 30, 15). Een kracht die een uit­no­di­ging kan wor­den om niet de toevlucht te nemen tot de wegen van aan­ma­tiging en macht om de men­se­lijke samen­le­ving te waar­bor­gen, maar tot de wegen van ver­zoe­ning en ware vrede. In deze tijd, die op zo’n harde manier wordt getekend door oorlogs- en maat­schap­pe­lijk geweld, stellen velen zich de vraag over hoe de wereld zal zijn voor hun klein­kin­de­ren. Ik spoor u, mijn dier­ba­ren, aan om samen met mij aan­hou­dend te bid­den dat er in heel de wereld vrede komt.

Oudere zusters en broe­ders, ik dank u dat u mij iedere dag onder­steunt met uw gebe­den, vooral wanneer u de rozen­krans bidt. Ik van mijn kant doe van harte het­zelfde voor u en wens dat de Heer uw altijd vernieuwt in geloof, hoop en liefde, Hij die ons nooit vergeet!

Uit het Vati­caan, 15 juni 2026

+ Leo PP. XIV

 

Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK




Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose