Sint Adelbert van Egmond
Feest op zondag 28 juni
Soms begint de geschiedenis van het geloof niet met grote gebouwen, beroemde namen of indrukwekkende woorden, maar met één mens die eenvoudigweg komt, blijft en liefheeft. Zo iemand was de heilige Adelbert van Egmond.
De apostel van Kennemerland
Adelbert leefde in de achtste eeuw en wordt gezien als een van de metgezellen van de heilige Willibrord. Volgens de overlevering kwam hij uit Engeland en trok hij als missionaris naar deze streken, naar het gebied dat wij nu Noord-Holland noemen. Hij vestigde zich in Kennemerland, in de omgeving van Egmond, en bracht daar het Evangelie onder de mensen. Niet met macht of geweld, maar met nabijheid, gebed en trouw. Daarom wordt hij tot op vandaag “de apostel van Kennemerland” genoemd.
Een heilige uit onze eigen grond
De heilige Adelbert, patroon van Kennemerland, is geen onbekende in Egmond-Binnen. Na zijn arbeidszame leven overleed hij op 25 juni 705. Hij werd begraven aan de voet van de duinen, nabij Hallem, het dorp dat later Egmond-Binnen zou worden. Zijn verhaal ligt dus letterlijk in onze eigen grond.
Hij leefde tussen de mensen van hier, sprak met vissers, boeren en families, kende het ruige landschap van duinen, zee en akkers, en probeerde in dat gewone leven iets zichtbaar te maken van Christus. Hij was een pionier van het geloof in Noord-Holland, in een tijd waarin het christendom hier nog jong en kwetsbaar was.
Van grafplaats tot bedevaartsoord
Na zijn dood bleef zijn herinnering levend. Zijn graf werd een plaats van gebed. Volgens de traditie gebeurde er iets wonderlijks toen zijn gebeente in 922 werd opgegraven en “tot de eer der altaren verheven”. Met andere woorden: toen werd zijn heiligheid plechtig erkend.
Bij die gelegenheid werd zijn gebeente van de duinen naar het dorp gebracht, waar graaf Dirk I een kloostertje had laten bouwen. Dit kloostertje werd het begin van een plek die nog steeds zeer bijzonder is in Noord-Holland: de Abdij van Egmond.
De Abdij van Egmond
Later groeide dit klooster uit tot de beroemde Sint-Adelbertabdij, een benedictijnse abdij die eeuwenlang een centrum was van geloof, gebed, cultuur en bestuur. De abdij was niet alleen een religieuze plaats, maar ook een bron van onderwijs, boeken, kunst, landbouwontwikkeling en geschiedenis. Sinds 1935 rusten de overblijfselen van Sint Adelbert onder het altaar van de abdijkerk.
De Adelbertakker en de bron
De plaats waar Sint Adelbert begraven had gelegen, kreeg later de naam Adelbertakker. Volgens de overlevering ontstond daar in 922 een bron. In dat jaar werd zijn gebeente opgegraven en overgebracht naar het klooster dat graaf Dirk I in Egmond-Binnen had laten bouwen. Toen men het graf opende, welde er water op uit de grafkuil. Aan dit water werd al snel een geneeskrachtige werking toegeschreven. Zo ontstond de Adelbertusput, die tot op vandaag een belangrijk en geliefd punt is op de Adelbertakker.
Niet alleen gelovigen ervaren de Adelbertakker als een bijzondere plek; ook mensen die de kracht en de rust van de natuur zoeken, komen er graag. De bron op deze plaats, waar vroeger het graf van onze heilige lag, wordt door sommigen gezien als een centraal punt van leylijnen. Leylijnen worden wel beschouwd als energiebanen van moeder natuur. Omdat er op deze plek meerdere leylijnen samenkomen, wordt de bron door velen ervaren als een bijzonder krachtige plek.
De bron, de stilte en de oude geschiedenis van deze plaats maken de Adelbertakker tot een plek waar mensen op adem kunnen komen en zich verbonden mogen voelen met God, met de schepping en met de eeuwenlange geloofsgeschiedenis van Noord-Holland.
Een geloof met diepe wortels
Sint Adelbert leert ons dat het geloof in Noord-Holland diepe wortels heeft. Wie naar de Abdij van Egmond en de Adelbertakker kijkt, kijkt naar een van de geestelijke wortels van het geloof in onze streken. Daar werd gebeden toen onze steden en dorpen nog klein waren. Daar werd het geloof bewaard toen tijden veranderden. Daar werd de naam van Christus doorgegeven van generatie op generatie.
En ook vandaag nodigt Sint Adelbert ons uit om, net als hij, eenvoudig trouw te blijven aan het Evangelie, dicht bij de mensen en dicht bij God.
De gedachtenis van Sint Adelbert wordt in ons bisdom gevierd op 25 juni. Dit jaar wordt op zondag 28 juni opnieuw de Adelbertbedevaart gehouden.
Adelbertfeest - zondag 28 juni
Eén van de jaarlijkse hoogtepunten op de Adelbertakker is de viering van het Adelbertfeest.
Vanuit de Egmonden, maar ook van ver daarbuiten, komen vereerders van Adelbert samen om zijn feest te vieren. Enkele honderden mensen nemen jaarlijks deel aan deze bijzondere en oudste bedevaart van Noord-Holland.Hoe het weer ook zal zijn: de viering gaat altijd door. Weet dat u allen van harte welkom bent.
Voor de vroege vogels is er om 7.00 uur de zogenoemde Vogeltjesmis op de Adelbertakker. Dan zingen wij als het ware met de vogels mee. Abt Thijs Ketelaars is in deze viering de hoofdcelebrant.
In de viering van 10.00 uur zal de schola van de monniken zingen en is er samenzang onder leiding van muziekvereniging Eensgezindheid. Oud-pastoor Nico Knol is in deze viering de hoofdcelebrant.
Na afloop van de viering is er een koffieconcert door Eensgezindheid in de tuin van de Abdij. Tevens is er dit jaar de gelegenheid om het prachtige boek over de geschiedenis van de Adelbertakker aan te schaffen. Zowel op de akker als in de tuin van de Abdij zal dit boek verkrijgbaar zijn.
U bent allen van harte welkom!
Programma Adelbertbedevaartzondag 28 juni
| 7.00 uur | Vogeltjesmis op de Adelbertakker Hoofdcelebrant: abt Thijs Ketelaars |
| 10.00 uur | Feestelijke viering op de Adelbertakker Met zang van de schola van de monniken en samenzang onder leiding van muziekvereniging Eensgezindheid Hoofdcelebrant: oud-pastoor Nico Knol |
| Na afloop | Koffieconcert door muziekvereniging Eensgezindheid in de tuin van de Abdij |
Uit het leven van de heilige Adalbert door de monnik Rupert ( † ca. 1000)
Adalbert, een man Gods, deemoedig van karakter en duurzaam gehecht aan Christus.
Adalbert had zo’n zachtmoedig karakter, dat zijn aantrekkelijkheid iedereen tot navolging lokte. Wat hij anderen aanraadde met zijn woorden, liet hij eerst zien door het zelf te doen. Hij was namelijk van mening dat hij zichzelf schandelijk zou verminken, als een daadwerkelijk voorbeeld zijn woorden niet zou begeleiden. Vóór alles legde hij zich toe op echte deemoed, want hij zei dat deze de grondslag vormt voor al het overige. Het lijkt overbodig om over de grootheid van zijn liefde te spreken, want deze was de oorzaak dat hij vaderland, familie en alle gerieflijkheid van zijn geboortegrond had verlaten.
Dikwijls vertoefde hij in een plaats die Egmond heet. In deze afzondering ontweek hij een tijdlang de grote toeloop van nieuwsgierige mensen. Daar was onder de velen, die door de aantrekkelijkheid van zijn deugden bekoord waren, iemand die Eggo heette. Deze kwam bij hem, werd spoedig met hem bevriend, en was zo bijzonder op zijn gezelschap gesteld dat de man Gods vaak bij hem te gast kwam. Eggo’s stoffelijke zorgen waren een gelukkige vergoeding voor wat Adalbert hem geestelijk bood. Om deze vriendschap nog te versterken, hield Adalbert diens zoon ten doop, en maakte hem vertrouwd met zijn meeste hartsgeheimen.
Zo gebeurde het, dat de heilige vader op een dag tijdens het eten, toen ze als gewoonlijk elkaar genoegen deden met hun gesprek, aan zijn vriend bekende, dat hij zijn vaderland en familie wilde opzoeken om ook hun iets van zijn genade te kunnen meedelen. Eggo echter was misnoegd, dat hij zo’n grote genegenheid zou moeten missen. Hij begon hem onder tranen nieuwsgierig over zijn terugkeer te ondervragen. De man Gods, bedaard en bedachtzaam als altijd, had medelijden met Eggo’s liefdevolle bezorgdheid. Hij wierp de rest van een appel, die hij juist in de hand had, in het vuur en zei: ‘Als deze pitten zullen opgroeien en vrucht dragen, zult gij mij door Gods barmhartigheid weer behouden zien terugkeren.’ Na deze woorden ging Adalbert zorgen voor zijn overtocht en bracht hij aan zijn geboorteland de zegen van zijn lang verwachte komst. Gedurende zijn verblijf aldaar trok hij door woord en voorbeeld vele mensen aan tot navolging, omdat de genade Gods hem overal waar hij heenging, voorkwam, volgde en begeleidde.
Eggo, die veel waarde hechtte aan de beloften van de man Gods, zag intussen gedurig uit naar diens terugkeer. Toen eindelijk de gunstige tijd gekomen was, groeide er uit de pitten een boompje. Dit wonder was nog niet zo groot als de vreugde over de zo verlangde terugkeer van de heilige vader Adalbert.
Volgens afspraak naar Friesland teruggekeerd, werd hij door allen met geestdrift ontvangen. Deze geestdrift was des te groter, naarmate zijn heiligheid wijd en zijd bekend werd, omdat God zijn deugdzaam leven bevestigd had door het inlossen van zijn profetische belofte.
Terwijl hij vooruitging van deugd tot deugd, voltooide hij zijn leven nog gezegender dan hij het begonnen was. Christus, aan wie hij zo duurzaam gehecht was, gaf hij op 25 juni zijn leven terug, en in diens aanwezigheid zong hij vol blijdschap uit: ‘Al wat wij gehoord hebben, zien wij nu zelf’ (Ps. 48 (47), 9). Wij geloven en hopen, dat hij daar onze nood indachtig is, en dat hij des te meer onze lasten zal verlichten, naarmate hij meer Gods barmhartigheid ondervindt.
















