Encycliek Magnifica humanitas
Over de AI-revolutie
“De prachtige mensheid die door God geschapen is, staat vandaag voor een beslissende keuze: een nieuwe toren van Babel oprichten of de stad bouwen waar God en de mensheid samen wonen”, is de openingszin van de op 25 mei verschenen eerste encycliek van paus Leo XIV, getiteld Magnifica humanitas (Prachtige mensheid).
Deze pauselijke rondzendbrief gaat over het behoud van de mensheid, menselijkheid en menswaardigheid in het tijdperk van kunstmatige intelligentie (AI). “AI moet nu worden ‘ontwapend’ [want] zij moet ten dienste staan van iedereen en van het algemeen belang”, aldus Leo XIV op 25 mei 2026.
Verjaardag Rerum novarum
De paus ondertekende de tekst op 15 mei jl., de 135e verjaardag van de publicatie van de encycliek Rerum novarum (Over nieuwe dingen) van paus Leo XIII. Deze encycliek was het begin van de sociale leer van de Kerk met een moderne kijk op mens en maatschappij: Hoe hoort een sociaaleconomische christelijke samenleving te zijn en te functioneren? Hoe moeten we als christenen vanuit het evangelie omgaan met de werkelijkheid van ons leven en onze samenleving, die steeds verandert. Daarom hebben diverse pausen sindsdien thema’s en onderwerpen aan deze sociale leer toegevoegd, zoals paus Pius XI, Pius XII, Johannes XIII met Pacem in terris (Vrede op aarde) over vrede tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog, Johannes Paulus II en Franciscus met Laudato sì (Wees geprezen) over de ecologie en Fratelli tutti (Allen broeders en zusters).
Sociale leer
Paus Leo nam deze pausnaam aan vanwege paus Leo XIII en diens reactie op de industriële revolutie. Nu is er een digitale revolutie gaande, met grote menselijke en maatschappelijke gevolgen en de Kerk wil aan de maatschappelijke discussie bijdragen en een antwoord formuleren op deze ontwikkelingen. Met Magnifica humanitas komt met vijf hoofdstukken en ruim honderd pagina’s dit kerkelijke antwoord op de werkelijkheid van de digitale revolutie en AI. Omdat paus Leo deze thema’s toevoegt aan de sociale leer van de Kerk, geeft hij eerst een overzicht van wat de sociale leer van de Kerk is en op welke principes en waarden deze gestoeld is, als het algemene welzijn van de mens, het algemene goed voor de wereld, subsidiariteit, solidariteit en gerechtigheid.
Digitale revolutie en AI
Vervolgens schrijft hij in het derde hoofdstuk hoe deze sociale leer moet worden toegepast op de werkelijkheid van vandaag en de universele digitale revolutie die gaande is, en met name op de kunstmatige intelligentie. De ‘digitale wereld’ wordt steeds slimmer en vaardiger door nieuwe computers, computerchips en -technieken. Deze hebben op zich veel goeds in zich (denk aan hulp bij vertalingen in andere talen en medische onderzoeken) en ze kan de mensheid op allerlei terrein vooruit helpen, maar er schuilen ook gevaren in deze technieken. Gaan robots mensen overnemen? Meer virtuele, digitale contacten, via sociale media, betekent ook minder fysieke, sociale contacten tussen mensen. Daarbij wijst de paus ook op een zorg dat deze techniek enkel in handen is van enkelingen (superrijken die deze bedrijven bezitten). Ook vraagt hij zich af of internationale instituties of nationale overheden AI niet moeten reguleren? ‘Ja’ is zijn antwoord.
![]()
Leo ziet in AI zowel kansen voor de mensheid
als ook uitdagingen en gevaren
![]()
Zorgen om AI
In het vierde hoofdstuk noemt hij drie universele zorgen wat AI betreft. Ten eerste, hoe gaan we om met waarheid? Wat is nog waar tussen alle ‘deep fake’ en ‘fake news’ berichten online. Wat betekent waarheid voor een samenleving, een democratie, communicatie en sociale media? Ten tweede wijst hij op de zorgen voor werk en arbeid. Wat is de waarde van arbeid? Welke gevolgen heeft AI voor werknemers? Er vinden nu al massaontslagen plaats. En ten derde, is de mens nog vrij of is er al sprake van zodanige sociale controle, dat we digitaal massaal in de gaten gehouden worden door de nationale staten, bedrijven en elkaar?
AI en oorlog en vrede
Het laatste hoofdstuk is helemaal gewijd aan het thema van oorlog en vrede. Leo werpt de vraag op of er een cultuur van vrede en beschaving van liefde kan worden opgebouwd in tijden van AI en AI-wapens, waarbij mensen er niet meer aan te pas komen. Tijdens zijn Afrikareis afgelopen april zei Leo XIV het nog als volgt: “De meesters van de oorlog doen alsof ze niet weten dat vernietiging slechts een moment duurt, maar dat een heel leven vaak niet genoeg is om alles weer op te bouwen. Ze sluiten hun ogen voor het feit dat miljarden dollars worden uitgegeven aan moord en verwoesting, terwijl de middelen die nodig zijn voor genezing, onderwijs en herstel nergens te vinden zijn.”
Mens en/of robot?
In zijn eerste encycliek stipt Leo, zoals werd verwacht, de vele mogelijkheden en de grote problematiek van kunstmatige intelligentie aan en van een verdere digitalisering van de samenleving en wereld. Waar blijft de door God geschapen aarde met flora, fauna en de mens? Hoe gaan we hier als mensheid, die tot grote dingen in staat is, mee om? Leo ziet in AI zowel kansen voor de mensheid als ook uitdagingen en gevaren. Waar een mens handelt volgens zijn geweten en over zijn handelen verantwoording moet afleggen (aan andere mensen én aan God), heeft een machine geen ethiek, geen geweten en kun je AI niet in de ogen kijken.
Tot slot
Tot slot nog twee observaties over Magnifica humanitas: ten eerste heeft paus Leo de sociale leer van de Kerk verder verrijkt en geactualiseerd. In dit verband vermeldt hij dat deze sociale leer niet alleen voor de wereld bedoeld is, maar ook voor de Kerk zelf. Hij wil dat de Wereldkerk de sociale leer ook op zichzelf en haar eigen handelen toepast. Hij wijst daarbij op het synodale proces (synodaliteit). Ten tweede maakt hij wat je toch wel excuses kunt noemen voor het seksueel misbruik in de Kerk en de (koloniale) slavernij in het verleden. Beiden zijn door de Kerk in het verleden toegedekt en de Kerk heeft duidelijk te laat stelling genomen. Wat betreft slavernij voegde hij eraan toe dat ook in deze tijd een deel van de mensheid als moderne slaven onder slechte omstandigheden de materialen voor computerchips e.d. moeten mijnen en produceren.







