

Geloof als gave van God
gepubliceerd: maandag, 4 oktober 2010
Het thema van dit nummer van Samen kerk is geloof. Wat is geloof? Hoe komt het dat de ene mens gelooft en de andere niet? Wat geloven we als christenen nu eigenlijk?
Geloof is een gave van God, zegt de theologie. Je kunt het niet alleen met overtuigende argumenten opwekken. Verkondiging kan de grond rijp maken. Gebed kan de genade aantrekken, maar uiteindelijk is het het Licht van de heilige Geest dat een mensenhart moet raken. Ik heb het zelf in m’n leven ook zo ervaren. Er was een tijd dat ik niet geloofde, maar wel intensief zocht en nadacht. En toen ineens, door veel lezen en een aantal ervaringen, was het er plotseling. Van het ene op het andere moment kon ik alles weer geloven: het bestaan van een persoonlijke God en Vader, de menswording van Christus, Kerk en sacramenten, het was er allemaal als een blij makende zekerheid.
Een soortgelijke ervaring hoorde ik kortgeleden in een TV programma. Een man die in de gevangenis zat kreeg een Bijbel van een geestelijk verzorger. Hij slaat hem wat lusteloos open. Zijn oog valt op een tekst uit de profeet Daniël, die beschrijft hoe hij in een nachtelijk visioen met de wolken des hemels iemand aan zag komen die op een mens geleek. “ Toen werd Hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht. Alle volken, stammen en talen brachten Hem hun hulde. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat. Zijn koninklijke macht gaat nooit te gronde”. De gevangene vertelde dat er ineens iets in hem openbrak. Het geloof in God en Christus stroomde als het ware met kracht naar binnen. Hij viel op de knieën en begon te bidden, voor de eerste keer in z,n leven.
Bij elk mens die eerlijk zoekt en probeert het goede te doen, komt de Heer op Zijn tijd en Zijn manier. Bij de een in de vroege jeugd. Bij de ander op z,n sterfbed. Het mooiste voorbeeld blijft voor mij altijd wel de goede moordenaar aan het kruis. Na een mislukt leven vol kwaad en zonde, wordt hij in z’n laatste moment geraakt door de man aan het kruis naast hem. Door een straal van genade ziet hij in Hem ineens het gelaat van God, de mensgeworden liefde. Eén zin van geloof en oprecht berouw is genoeg: “Heer, denk aan mij wanneer Gij in uw koninkrijk zijt gekomen”. En hij mag horen: “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs”. Het enige dat nodig is voor de gave van het geloof, is een eerlijk en open hart, de bereidheid je eigen zwakheid en zonde te zien en te erkennen, en het besef dat je jezelf niet kunt bevrijden uit de gebrokenheid van het bestaan.
Veel mensen zoeken in onze tijd hun spirituele honger te stillen langs andere wegen. Ze zijn op zoek naar verlichting, naar heling, naar troost via therapieën, meditaties en technieken. Maar wat daar ook voor goeds in kan zitten, het mist de glans van de Blijde Boodschap.
In veel oosterse religieuze en westerse esoterische tradities is spiritualiteit vooral een proces van verlichting, van innerlijke bewustwording, van het verkrijgen van een hogere staat van bewustzijn, het zgn. kosmisch bewustzijn. Door deze innerlijke verlichting hoopt men los te komen van het lijden in het leven en gelukzaligheid te vinden. Zelf ben ik jarenlang deze weg gegaan. Een Verlosser is hierbij niet echt nodig. Het is een weg die iedereen uiteindelijk alleen moet gaan. Hooguit is er plaats voor een leraar of goeroe, die je de weg wijst.
Christelijke spiritualiteit is iets heel anders dan zo’n individueel bewustwordingsproces, ook al heeft het wel dergelijke elementen in zich. Het spreekt over een Verlósser, die ons redt uit de gebrokenheid van het bestaan. Christelijke verlossing is alomvattend. Ze betreft de héle mens. Ook het lichaam, de natuur, de stof is door God gewild en goed geschapen, maar door de zonde verwond. Daarom, zo geloven wij, moest Christus doordringen tot in alle diepten van het menselijk bestaan, van z’n gebrokenheid en verlatenheid, om zo dit alles dwars door Kruis en Opstanding heen, mee te slepen naar een nieuwe god/ menselijke, geestelijk/ lichamelijke werkelijkheid. “Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan Zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen”, zo staat er geschreven. Ja, zelfs de hele geschapen werkelijkheid heeft Hij in zijn eigen wezen opgenomen en zal Hij nieuw maken. “Ook de schepping zal verlost worden van de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods”, schrijft Paulus aan de Romeinen. De Opstanding van Jezus uit de dood heeft deze magnifieke toekomst voor onszelf en voor het hele universum bewerkt.
Het hart van dit verlossingsproces is de vergeving, de verzoening, die Christus ons gebracht heeft. De ervaring met kwaad, zonde en schuld kennen we allemaal. We vinden het in ons eigen hart en in de wereld om ons heen. Het heeft z’n wortels in onze eigen vrijheid, maar ook in de geschiedenis van onze voorouders en van de wereld, lezen we in de heilige Schrift. In elk mensenleven smelten beide dimensies samen. Hoe kunnen we ons daaraan ontworstelen? Helemaal op eigen kracht lukt het blijkbaar niet. Wie eerlijk kijkt naar zichzelf en naar de lotgevallen van de mensheid, kan weinig anders concluderen. Maar er
is een uitweg. God zelf komt ons tegemoet. Daarin ligt onze hoop, onze toekomst.
In het lijden en de dood van Christus is alle kwaad en schuld van mensen van alle tijden al vervat en verwerkt. Je kunt er een beroep op doen. Je hoeft je ‘negatieve Karma’, om maar eens een moderne term te gebruiken, niet allemaal zelf te dragen en uit te boeten. Door Hem mag je nu al opstaan uit alles wat je beklemt en bedrukt, uit verlamming en vertwijfeling. Je mag opnieuw beginnen. “Werpt al uw lasten op Mij”, zegt de Heer, “want Ik heb zorg voor u”. Maar, denken we dan als moderne kritische mensen, is dat niet te gemakkelijk? Ik denk het niet. Want wat betekent dit? Het gaat er niet om een paar vrome woorden te spreken, maar om echt één te zijn met Christus, één lichaam te vormen met Hem, deel te zijn van Hem.
Je krijgt deel aan verlossing en vergeving, aan innerlijke heling en goddelijk leven door je te binden aan Christus, met alles wat je hebt en wat je bent. Het is, in de woorden van paus Johannes Paulus, “met je hele wezen als het ware in Christus binnengaan… met je angst en onzekerheid, ook met je zwakheid en zondigheid, met je leven en je dood…” Dat doe je niet alleen met je verstand, maar vooral met je hart, en met je hele leven. Je kunt het ten diepste alleen maar als God het je geeft, en als je erom bidt. Maar als het je gegeven is, wordt je geestelijk met Christus verbonden, als een “rank met de wijnstok”, zegt Hij zelf. Die eenwording met Christus wordt bevestigd en voltooid in de doop, en steeds opnieuw versterkt door de andere sacramenten. Dan stroomt Zijn Leven in jouw leven. Je wordt werkelijk een ander mens, één met God, kind van God. Dan mag je Hem met Christus “Abba…Vader “ noemen. Dan wordt je echt in staat om anderen lief te hebben. Dan kun je wonderen doen, naar de mate van je geloof. Dan is er vergeving, heling, eeuwig leven. Dan werkt de kracht van Zijn Kruis en Opstanding ook in jou. Dan wordt ook jouw kruis verlossend voor jezelf en anderen, een doorgang naar nieuw leven en geluk. Dat is christelijke spiritualiteit, en die moeten we in onze tijd weer met nieuw élan brengen.
(uit Samen Kerk - Oktober 2010)

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam