

Oranjegevoel en identiteit
gepubliceerd: dinsdag, 13 juli 2010
Als ik dit schrijf is het maandag 12 juli. Gisteravond heeft Nederland de finale van het wereldkampioenschap voetbal verloren. Miljoenen Oranjefans zijn ontgoocheld. Spanje verkeert in euforie. Hoe komt het dat een voetbalspel zoveel vreugde en verdriet kan oproepen? Wereldwijd hebben enkele miljarden mensen het toernooi gevolgd. Tijdens de wedstrijden lag het leven in de spelende landen stil. Hele naties raakten ontregeld. Het boeit me te zoeken naar de oorzaken van zoveel collectieve emotie.
Allereerst moet ik toegeven dat ik er ook zelf niet vrij van ben. Al ben ik geen bijzondere voetbalfan, toch werd ook ik meegesleept in het Oranjegevoel. Ik heb de finale gevolgd en hoopte met de rest van Nederland dat we zouden winnen, maar dan wel graag verdiend en met mooi voetbal. Dat pakte helaas anders uit. Een zekere hardheid hoort bij het spel, maar deze finale was naar mijn mening, vooral van Nederlandse zijde, té hard.
‘Onze jongens’ hebben tot het laatst gevochten en alles gegeven – dat moet je ze nageven -, maar Spanje was gewoon beter. Met een één – nul verlies kan ik goed leven.
Maar dit terzijde. Wat me vooral fascineert is dat een gewoon sporttoernooi vrijwel de gehele mensheid een maand lang in de ban kan houden. Voer voor psychologen. Enerzijds heeft het iets moois. Volken, culturen en rassen ontmoeten elkaar in een vreedzame rivaliteit. Een mooie scène werd door een camera vastgelegd. Na het verlies van Brazilië tegen Nederland zag je een Braziliaanse fan ontredderd tegen een muurtje hangen. Een groepje uitbundige Oranjefans kwam langs. Ze zagen de jongeman en gingen op hem af om hem te troosten en een knuffel te geven. Vaak zag je fans van verschillende landen vóór en ook ná de wedstrijd samen vieren. Veel arme Afrikanen vertelden op ontroerende wijze trots en blij te zijn dat hun land het toernooi organiseerde en gastheer was voor de hele wereld. Dat gun je ze van harte.
Anderzijds heeft het ook iets bizars. Miljoenen fans lijken hun hele gevoel van eigenwaarde en zelfs persoonlijk geluk op te hangen aan de prestaties van hun team op het veld. Het krijgt bijna iets existentieels. Normale en begrijpelijke vreugde of teleurstelling zie je overgaan in uitzinnige euforie of ook totale ontreddering. Wat is hier aan de hand? Ik denk dat het veel te maken heeft met identiteit. Een mens wil ergens bijhoren, bij een groep, gemeenschap of volk. In een wereld die steeds kleiner wordt, waar culturen zich vermengen en alles steeds gelijkvormiger wordt, waar veel maatschappelijke en religieuze verbanden verbrokkeld zijn, blijft vaak alleen nog de natie als bron van identiteit. Dát ben je: Nederlander, Spanjaard, Chinees of Argentijn… Nationale gevoelens zijn al jarenlang wereldwijd in opmars. Het Oranjegevoel is een soort onderdompelen in collectieve emotie en saamhorigheid.
Op zich is daar niets op tegen. Een mens heeft er recht op om trots te zijn op zijn volk en vaderland, op zijn eigen cultuur en natie. Dat hoort bij het mens zijn. Verschillen tussen mensen zijn niet iets om uit te wissen, maar juist een charme en een rijkdom. Zonder dat zou de wereld wel erg saai en kleurloos zijn. Maar, zeg ik als christen en bisschop, verschillen zijn alleen mooi en verrijkend als we ons daarbij bewust blijven van een veel diepere eenheid tussen mensen die elk verschil oneindig overstijgt. Allemaal zijn we geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, met een onsterfelijke ziel en eeuwige bestemming, geroepen om te leven als kinderen van God, broeders en zusters van elkaar. Als dat diepe besef van eenheid in God verbleekt, dan zijn we pas echt in gevaar. Dan kan nationale trots ontaarden in nationalisme en superioriteitsgevoel. Dan komt er de kiem in van verdeeldheid, afgrenzing en conflict. In onze tijd is het meer dan ooit zaak te waken dat de mens z’n oorsprong en bestemming in God niet vergeet. Alleen op die basis kan ook sport werkelijk verbroederen en tot zegen zijn.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam