

De Goddelijke Barmhartigheid
gepubliceerd: woensdag, 17 april 2013
Op zondag na Pasen viert de Kerk jaarlijks het feest van de goddelijke barmhartigheid. Het is gebaseerd op openbaringen van Jezus aan de Poolse zuster Faustina uit de jaren dertig. Hij zei haar: “Verkondig de wereld mijn grote ondoorgrondelijke barmhartigheid. Bereid de wereld voor op mijn tweede komst. Voordat ik kom als Rechter, zet Ik eerst de poorten van mijn barmhartigheid nog wijd open”.
Paus Johannes Paulus II heeft deze devotie, die hij nog kende uit zijn voormalig bisdom Krakau, officieel erkend en voor de hele kerk ingevoerd. Het omvat een feest, een genadevolle afbeelding, en gebeden waaraan beloften zijn verbonden. Ieder die wil zal dit gemakkelijk kunnen vinden. De verkondiging van de barmhartigheid van God zie ik als essentieel voor onze tijd. Voor veel mensen is het de enige weg terug naar de Vader, naar Christus en zijn kerk.
De barmhartigheid is een centraal thema in de heilige Schrift. Het mooiste wordt het wel verwoord in de parabel van ‘de Verloren Zoon’, verteld door Jezus zelf. De Verloren Zoon is niet slecht, maar zoekt het geluk op de verkeerde plaats. “In een ver land”, staat er. Ver weg van zijn Vader. Daar raakt zijn leven in het slop. Die hele wereld van klatergoud verandert in een varkensstal. “En toen dacht hij terug aan zijn vader”. Het is de ervaring van veel mensen in onze tijd.
Dit prachtige evangelie leert ons wat voor een Vader God is. Een Vader die zijn kind niet vergeten is, maar elke dag de weg heeft afgetuurd om te zien of hij hem nog niet terug zag komen. En als hij hem dan eindelijk ziet, hem tegemoet snelt, omhelst, alles vergeeft en met weldaden overlaadt. Zo’n Vader is God. Een Vader die wacht tot wij moe worden van onze eigen fouten en zwakheden, en dan terugkomen naar Hem.
Ik kan me nog herinneren hoe ik als kapelaan dit evangelie op school aan de kinderen voorlas uit een kinderbijbel. Na afloop kwam een klein meisje van een jaar of zes naar me toe en zei: “Kapelaan, wat was dat mooi. Ik moest helemaal huilen”. Kinderen kunnen die oermenselijke ervaring van zonde, berouw en vergeving uitstekend begrijpen. De parabel laat ook ons begrijpen met hoeveel pijn God wacht op terugkeer van de mens die Hem verlaten heeft.
Barmhartigheid bij Faustina
Zo spreekt Jezus ook tegen Faustina. Hij bemoedigt de mens die onder het kwaad van zijn leven gebukt gaat, met grootse troostende woorden: “Geen enkele zonde, ook al was zij een afgrond van slechtheid, kan mijn barmhartigheid uitputten. Al waren zijn misdaden zo zwart als de nacht, toch zal de zondaar, die zijn toevlucht neemt tot mijn barmhartigheid, Mij verheerlijken en mijn lijden eren. In het uur van zijn dood zal Ikzelf hem verdedigen als mijn eer.
De grootste zondaar ontwapent mijn toorn, als hij roept om medelijden. Ik zal hem recht doen door mijn ondoorgrondelijke oneindige barmhartigheid”. Maar ook waarschuwt Jezus: “Hij die weigert te gaan door de deur van mijn barmhartigheid, zal moeten gaan door de deur van mijn gerechtigheid”. De hemel is een realiteit, maar ook de hel. Zuster Faustina wordt in de geest meegevoerd naar hemel, vagevuur en hel. Het laatste grijpt haar zo aan dat ze sindsdien vurig en “zonder ophouden smeekt om Gods barmhartigheid voor de zondaars”.
In 2002 was Johannes Paulus II in Polen. In de basiliek van de Goddelijke Barmhartigheid in Krakau, citeert hij woorden uit het dagboek van zuster Faustina: “Van hier uit moet een vonk uitgaan die de wereld voorbereidt op de wederkomst. Deze vonk moet verlicht worden door de genade van God. Dit vuur van barmhartigheid moet gebracht worden in de hele wereld”.
De verlichting van de gewetens
Ook geeft Jezus aan Faustina nog een geheim. Hij belooft een teken van barmhartigheid dat de hele mensheid zal omvatten. “Er zal duisternis zijn over de hele wereld. Dan zal het teken van het Kruis aan de hemel worden gezien. Van de plaats waar de handen en voeten van de Verlosser waren genageld zal een groot licht komen dat de aarde zal verlichten voor een korte periode”. In dit licht zal ieder zijn eigen hart zien door Gods ogen. Veel mensen zullen schrikken van zichzelf, maar het is bedoeld om alle mensen de kans te geven naar God terug te keren. Zoals de zalige Maria Esperanza het formuleerde: “Het geweten van Gods geliefde volk moet met geweld door elkaar worden geschud, opdat zij ‘hun huis op orde brengen’. Een groot moment nadert, een grote dag van licht. Het is het uur van beslissing voor de mensheid”.
Ditzelfde is voorspeld door de kinderen van Garabandal en door vele zieners en mystici. Wel is het zaak hier voorzichtig mee om te gaan. Sommige zogenoemde zieners gaan ermee aan de loop en vermengen het met allerlei dubieuze voorspellingen. Speculatie over tijd of details is niet belangrijk. Waar het om gaat, is dat dit geen tijd is om toeschouwer te zijn of rustig af te wachten, maar om je geestelijk huis op orde te brengen, je te verzoenen met God en je naaste, en je voor te bereiden op de ontmoeting met de Heer. Want dat moment zal onherroepelijk komen, bij dit gebeuren of bij onze dood. Jezus zelf gaf ons al de vermaning: “Weest ook ge bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht”.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam