

Bisschop als kluizenaar
gepubliceerd: dinsdag, 12 maart 2013
Al langer had bisschop Punt het verlangen om zich net als de Heer een keer terug te trekken in de woestijn om te bidden en te vasten, en zo dichter bij God te komen. Van het alleen zijn met de natuur, zichzelf, en met God, verwachtte hij een bijzondere ervaring.
Aangezien we in Nederland niet veel woestijn hebben, werd het een ‘desierto’ in Zuid Spanje. Een kleine gemeenschap geïnspireerd door Charles de Foucauld beheert daar enkele plekken waar vroeger kluizenaars geleefd hebben. Eén ervan is een grot, die men hem welwillend ter beschikking stelde. We vroegen hem naar zijn ervaringen.
“Allereerst een vraag over de fysieke kant van uw woestijnervaring. Hoe was het in de grot?
Het was een avontuur. Geestelijk heb ik het als heilzaam ervaren, maar fysiek zwaar. Mijn omgeving had van tevoren al gewaarschuwd: “dat kun je wel doen als je 30, maar niet meer als je 67 bent”. Daar bleek wel iets in te zitten. De vier weken die ik gepland had, werden drie weken. Toen had ik mijn fysieke grenzen wel bereikt. Als verblijf had ik een grot van ongeveer drie bij drie meter, met een bed, een tafeltje en een stoel, en zonder enig modern comfort of sanitair. Ik leefde van wat brood en muësli, vruchten en houdbare melk. Dat ging wonderwel vrij gemakkelijk.
Naar een warme maaltijd, koffie, of sigaren, die ik normaal graag mag genieten, heb ik niet getaald. Ik denk dat dit ook samenhangt met de radicale verandering van omgeving. Vasten is moeilijker als je thuis bent en steeds langs de koelkast loopt, of als iedereen gaat eten, alleen jij niet. In de woestijn is je hele ‘mindset’ anders. Als aardig neveneffect ben ik in die drie weken meteen zo’n zeven kilo afgevallen.
“Was de kou in de winter geen probleem?”
Dat is me inderdaad het zwaarst gevallen. Overdag scheen de zon en kon het wel zo’n 18 tot 20 graden worden. Maar als de zon al rond zes uur achter de bergen verdween, daalde de temperatuur meteen met zo’n tien graden. Feitelijk was het van de 24 uur tenminste 16 uur echt koud. Met legerkleding, die ik als krijgsmachtbisschop ooit gekregen heb, kon ik me ‘s avonds warm houden, en een slaapzak hielp me door de nachten heen.
Op een avond dacht ik er net over om buiten te gaan slapen, toen er ineens een grijze wolf voorbij liep, op nog geen tien meter afstand. Bij nader inzien heb ik dit plan toen toch maar laten varen. Een campinggas tankje gaf ongeveer een uur per avond wat warmte in de grot. Die tijd gebruikte ik voor het lezen van de heilige mis. Ik kan me nu wel veel beter verplaatsen in het harde leven van een dakloze, vooral in de winter, en voel meer compassie.
“Hoe heeft u het mentaal en geestelijk beleefd ?”
Ook mentaal was het een ervaring die je wel even door elkaar schudt. Op een middag werd ik door enkele vriendelijke mensen bij de grot afgezet. Eerst hadden we vanaf de normale weg nog zo’n half uur gereden over rotspaden, langs kloven en ravijnen, en toen nog een stuk gelopen om de grot te bereiken. Een eindje verderop woonde permanent een kluizenaar, bij een centraal gebouwtje, waar de auto kon staan. Maar hij respecteerde mijn wens om de eenzaamheid te ervaren, en liet me verder met rust.
Het werd donker en ik begon me echt alleen te voelen. Zelfs met een zaklantaarn kon je geen tien meter lopen vanwege de rotsen en kloven. Ik realiseerde me dat ik nu echt op mezelf was aangewezen. Tegelijk had dat een positieve keerzijde. Ik was even helemaal van de wereld af. Je ervaart als nooit tevoren de stilte. Juist de wildernis laat je de natuur op nieuwe wijze ervaren. Je maakt er deel van uit, en tegelijk voel je dat je ziel het overstijgt, en wordt het een venster naar God.
“En daar ging het u toch om !”
Inderdaad. Ik wilde vasten een keer heel concreet beleven. Letterlijk even van alles afzien. Proberen los te komen van zorgen en problemen, van activiteiten en plannen, om de stem van de Heer beter te kunnen horen. Je probeert in wezen minder te ruimte maken voor jezelf, waardoor God meer ruimte krijgt. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs in de woestijn neem je jezelf mee, je gedachten en je bekommernissen. Ik heb het vooral ervaren als een oefening in geloof en vertrouwen. Christelijke meditatie is ten slotte niet primair techniek, maar relatie. Je probeer je te stellen in Gods tegenwoordigheid. In dat Licht durven zien wat er nog niet goed is in jezelf, maar ook in onze kerk, en waar we moeten veranderen.
Ik heb de Heer natuurlijk ook vragen en zorgen voorgelegd. Het is wonderlijk te ervaren hoe je dan in een plotselinge gedachte of in het openslaan van de Schrift of geestelijke lectuur werkelijk antwoord krijgt, waardoor meditatie een echte dialoog wordt, en de aanwezigheid van God een concrete realiteit. Wat Hij me in het hart gelegd heeft, is uiteraard persoonlijk. Wel kreeg ik een nog sterker besef hoezeer de grote geloofsafval die zich in Europa voltrekt, door onze lauwheid en falen, het hart van de Heer verwondt en onze cultuur te gronde richt.
“Het aftreden van de paus lijkt daarmee samen te hangen. Heeft u het nog meegekregen?”
Op het einde van m’n verblijf kreeg ik een ‘sms’ met dit schokkende nieuws. Het heeft ook mij overvallen, maar ik kan het begrijpen en respecteren als een daad van diepe nederigheid. Voor het oog van de wereld zei Benedictus: ik kan het niet meer, mijn krachten zijn niet meer toereikend om de grote uitdagingen en problemen van de kerk in deze tijd nog aan te kunnen. Het past wel in m’n voorgevoel voor onze tijd. Ik kijk met een mengeling van hoop en zorg naar de toekomst. We zullen ons moeten voorbereiden op beslissende gebeurtenissen, waarin de Heer kerk en wereld zal zuiveren. Het woord van het evangelie:“Bekeert u en doet boete, want het Koninkrijk Gods is nabij”, krijgt voor mij een steeds dringender actualiteit.
Boete doen was ook een van de motieven om me een tijd in de grot terug te trekken. Dit is voor ons allemaal een genadetijd om terug te keren naar God en Zijn Gerechtigheid. Alleen dan zullen we een globale catastrofe nog kunnen afwenden, en de wonderen van Gods liefde, de overwinning van leven en opstanding zien. In die zin wens ik alle lezers een Zalig Pasen.

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam