Bisdom Haarlem-Amsterdam









Woord van de bisschop


Samen kerk zijn in deze tijd

gepubliceerd: dinsdag, 20 november 2012

In een vorig artikel heb ik ge­pro­beerd voor ons samen kerk zijn nu een spi­ri­tu­eel fun­dament te leggen, en ben be­gon­nen bij Jezus en de vroege kerk. Nu wil ik proberen van daaruit een brug te slaan naar de kerk van vandaag.

In een boek van Kar­di­naal Koch vond ik een prach­tig citaat van de franse schrijver Saint-Exupéry. Als je een groep mensen ertoe wil brengen om een schip te bouwen, schrijft hij, dan moet je niet beginnen met het aandragen van hout en gereed­schap, maar dan moet je aller­eerst in hen het verlangen wekken naar de weidse einde­loze zee. Dan gaan ze van­zelf bouwen.

Zo is het ook met de kerk. De crisis in de kerk is niet primair een crisis van struc­tu­ren, maar van geloof. Organi­sa­tie en finan­ciën zijn be­lang­rijk, maar secundair. Eerst komt het geloof. We zullen ons eer­lijk de vraag moeten durven stellen: Leeft dat verlangen naar de verre horizonten van de hemel, naar de liefde van God, en naar de schoon­heid en vreugde van een leven als zijn volk, nog zó krach­tig in ons dat anderen erdoor geïn­spi­reerd wor­den ? Als dat niet zo is, dan begint daar vernieu­wing en evangeli­sa­tie.

De opdracht om getuige te zijn

We zeggen het zo vaak en zo ge­mak­ke­lijk: we zijn een missio­naire kerk, en denken dan - typisch westers - meteen aan beleid, nota’s, organi­sa­tie en ac­ti­vi­teiten. Het is allemaal nodig, maar niet primair. Getuige zijn heeft meer te maken met in­spi­ra­tie dan met organi­sa­tie. Het is een verant­woor­de­lijk­heid die we allemaal samen dragen.

Ik herinner me een Duitse zuster, die ik jaren gele­den mocht ont­moe­ten. Zij had het als per­soon­lijke missie op zich geno­men om iedere dag aanwe­zig te zijn in de drukke winkel galerij van een grote stad. Ze zat daar op een stoeltje met wat evangeli­sa­tie­ma­te­riaal, elke dag van de ochtend tot de avond, jaar in jaar uit. Ze raakte niet uitver­teld over de duizen­den mensen, ieder met een eigen verhaal, die ze had mogen bemoe­digen, hoop geven, en kunnen openen voor de liefde van God.

Of die jonge man die mij tij­dens een kerst­maal­tijd voor dak­lo­zen in Am­ster­dam toe - ver­trouwde dat hij bewust het bestaan van een dak­loze had gekozen, niet uit nood­zaak, maar om hun leven te delen, hen van binnenuit te kunnen helpen, en ook de vreugde van z’n geloof te kunnen uitdragen. In de ogen van de wereld onzin, in Gods ogen groots.

Na­tuur­lijk is evangeli­sa­tie ook een taak van de kerk in het alge­meen, van bisdom en pa­ro­chie. Het is één van de pijlers van onze regio­vor­ming. We vragen samen­wer­king van pa­ro­chies op het gebied van litur­gie en pas­to­raat, maar ook van catechese, jeugd­werk, caritas etc.

Een groter draag­vlak schept nieuwe moge­lijk­he­den en kansen. Voor het bisdom zie ik vooral een taak in het sti­mu­leren en onder­steunen. Naast het niveau van de pa­ro­chies en regio’s zijn we bezig een niveau te vormen van ‘reli­gi­euze centra’, zo noem ik het maar. Het zijn plekken die ten dienste staan van gelo­vi­gen en pa­ro­chies, en waar mensen nieuwe in­spi­ra­tie kunnen opdoen. Kloosters en ge­meen­schappen vervullen deze functie, maar ook som­mi­ge grotere pa­ro­chies.

De Tilten­berg biedt oplei­ding en toerus­ting op velerlei gebied. Het dio­ce­saan hei­lig­dom Heiloo ver­zorgt, o.a. met hulp van bisdom­me­de­werkers en zusters, ver­die­ping voor jon­ge­ren, ge­zin­nen, en in­di­vi­duele gelo­vi­gen, alsook impuls­da­gen voor catechese, diaconie en missie. Diaconale in­stel­lingen maken de zorg voor kwets­ba­re mensen concreet.

Bij­zon­der vrucht­baar blijken ook reizen te zijn. Pa­ro­chies or­ga­ni­se­ren bede­vaarten, waar mensen ge­sterkt van terug­ko­men. De wereld­jon­ge­ren­da­gen zet vele jonge mensen wer­ke­lijk in vuur en vlam. Een groep jon­ge­ren uit West Friesland bezocht de kerk in Burundi, en kwam met nieuwe in­spi­ra­tie weer thuis. Missie is niet alleen geven, je krijgt er ook veel voor terug. We zijn een wereld­kerk, en dragen elkaar over de grenzen van volk, ras, taal en cultuur heen.

In­spi­ra­tie uit de jonge kerken

Als bis­schop­re­fe­rent voor missie krijg ik vaak bezoek van bis­schop­pen uit Azië en Afrika. Het is fas­ci­ne­rend om hun verhalen te horen. Je komt binnen in een totaal andere wereld. Een bis­schop uit Nieuw-Guinea ver­telde dat zijn bisdom ongeveer vijf maal zo groot is als Neder­land en ver­deeld in twin­tig pa­ro­chies. Ons hele bisdom zou in die ver­hou­dingen één rela­tief kleine pa­ro­chie zijn.

Een groepje pries­ters woont bij een centrale kerk in de pa­ro­chie. Daar­naast zijn er tien­tal­len kleine ge­meen­schappen van gelo­vi­gen in dorpen verspreid over het hele gebied. Ze staan onder lei­ding van een cate­chist. Ze komen samen om te bid­den en de Schrift te lezen. Vrij­wil­li­gers geven catechese aan de kin­de­ren, en ze delen met elkaar zorgen en goe­de­ren.

Als een pries­ter in een van de dorpen komt om eucha­ris­tie te vieren, dan is het vol­ko­men normaal dat gelo­vi­gen uit andere dorpen in de buurt drie of vier uur lopen om de heilige mis bij te wonen. Datzelfde ver­telde een bis­schop uit Burundi. In het dorp waar eucha­ris­tie gevierd wordt is het feest. De mensen staan in een lange rij om eerst het sacra­ment van de biecht te ont­van­gen. Tien­tal­len kin­de­ren wor­den gedoopt. En de eucha­ris­tie­vie­ring is het hoogte­punt van de dag.

De bis­schop van Miau uit Noord India ver­telde hoe hij een keer hon­der­den vol­was­se­nen tege­lijk in de kerk opnam. Zoals gebruike­lijk stelde hij de reeks geloofs­vra­gen die de kerk bij doop en vormsel voorschrijft. Totdat er een man opstond die zei: “Bis­schop, stopt u nu eens met al die vragen. Denkt u dat we twee dagen gelopen hebben om hier te zijn als we niet zou­den geloven?” Toen heeft hij de vragen ver­der maar gelaten. Diezelfde bis­schop ver­telde hoe­zeer de mensen leven vanuit het gebed. Iedere ge­meen­schap begint en ein­digt de dag met ge­za­men­lijk gebed. Bijna overal houdt men ook nacht­wakes. Geloof is voor hen geen theorie, maar een levende relatie met de verrezen Heer.

Terug naar de kerk in Neder­land

Wat betekent dit nu allemaal voor onze Neder­landse en Haar­lemse kerk. Ik denk dat we aller­eerst van de jonge en arme kerken kunnen leren om meer een kerk van gebed te wor­den. Ik wil dit zelf ter harte nemen, en leg het ook neer bij onze pa­ro­chies en gelo­vi­gen. Het tweede is dat zij ons weer een dieper besef aanreiken van ge­meen­schap, waarin gelo­vi­gen echt broe­ders en zusters zijn in Christus, en geloof en leven daad­wer­ke­lijk met elkaar delen. Het derde is de plaats van de heilige eucha­ris­tie als hart van het pa­ro­chie­le­ven.

Ik weet het, het kan niet altijd en niet overal, maar de jonge kerken kunnen ons de liefde weer leren voor dit oer­sa­cra­ment, waarin het door God ge­schon­ken heil in z’n volle omvang te­gen­woor­dig is. Zij zien er reikhalzend naar uit, en brengen daarvoor grote offers.

Na­tuur­lijk komen wij uit een andere ge­schie­de­nis en leven in een andere cultuur. De woord- en communie­vie­ring heeft bij ons een vaste plaats gevon­den om het Lichaam van Christus niet te ont­hou­den aan mensen die geen toegang hebben tot de heilige eucha­ris­tie, maar als het wordt tot een uitwissel­ba­re vie­ring met de eucha­ris­tie, dan is er theo­lo­gisch en spi­ri­tu­eel iets fout gegaan.

Oprecht waar­deer ik het verlangen en de grote inzet van velen om ook de kleinere locale ge­meen­schap bijeen te hou­den. Toch denk ik dat juist de jonge kerken ons leren dat locale ge­meen­schap zich realiseert op velerlei wijzen, en de bre­dere eucha­ris­ti­sche ge­meen­schap volstrekt niet uitsluit. Dat zien we al bij de vroege kerk. In het mid­den van de tweede eeuw beschrijft de marte­laar Justinus de zon­dag als de dag van de eucha­ris­tie, waarbij “allen die in de ste­den of het land eromheen ver­blij­ven, samen­ko­men op een gemeen­schap­pe­lijke plaats”.

Overigens was dat ook bij ons duizend jaar lang normale praktijk, en formuleert de Kerk het bijwonen van de eucha­ris­tie op zon­dag of zater­dag­avond nog steeds als een heilige plicht, tenzij het echt niet kan. De vurige wens van de Heer bij het Laatste Avondmaal dat zijn leer­lin­gen samen zou­den blijven komen om zijn Le­vens­of­fer te vieren, verdient het dat de pries­ters van de regio naar vermogen eucha­ris­tie vieren in de ver­schil­lende kerken, en de pa­ro­chies hun tijdstippen daarop aanpassen.

Is er in een kerk zel­den eucha­ris­tie moge­lijk, dan kan men aan de wens van de Heer tegemoet komen door zich regel­ma­tig aan te sluiten bij de centrale kerk in regio of pa­ro­chie. Zo wor­den we echt een ‘ge­meen­schap van ge­meen­schappen’, en blijven de eucha­ris­ti­sche ge­meen­schap, die de kerk altijd geweest is.

Van samen­wer­king naar fusie

Pa­ro­chies werken samen om vitaler te zijn, en een krachti­ger ge­tui­ge­nis te kunnen geven. Dat staat voor mij voorop. Want er zijn dui­de­lijke tekenen van hoop. We zien het in een ver­frissende open­heid bij vele jonge mensen en aan een toename van het aantal zgn. ‘nieuwe katho­lieken’. Toch zien we na­tuur­lijk ook dat we als kerk kleiner zijn gewor­den, en heel wat pa­ro­chies grote finan­ciële problemen hebben.

Uit het nieuws heeft u wel mee­ge­kre­gen hoe in alle bis­dom­men dras­tische fusie­pro­ces­sen gaande zijn. Ook bij ons wordt gefuseerd, zij het min­der dras­tisch. Soms wordt een regio één nieuwe pa­ro­chie. Soms ontstaan binnen een regio twee of drie nieuwe grotere pa­ro­chies. We noemen dit partiële fusie, en proberen daarbij zoveel moge­lijk een ‘na­tuur­lijke logica’ te volgen, in goed overleg met de besturen van de regio.

Eind 2013 hopen we m.b.t. de nieuwe pa­ro­chie indeling tot een afron­ding te komen. Kerk­slui­ting is geen priori­teit, maar soms finan­cieel onvermij­de­lijk. Hier­voor nemen we wat meer tijd. Maar nogmaals, reorgani­sa­tie is geen doel op zich­zelf, maar alleen een middel om als kerk sterk te staan in een ver­an­de­rende tijd, materieel en struc­tu­reel, en bovenal spi­ri­tu­eel. Alleen als we inner­lijk vitaal zijn hebben we de mens van nu iets te bie­den. Alleen als we merk­baar voor de wereld leven en getuigen vanuit de kracht van de Opgestane Heer in ons mid­den,zullen mensen weer tot Christus en zijn Kerk komen, en prognoses wor­den bij­ge­steld.



+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Bisdom Haarlem-Amsterdam
overzicht van bijdragen:
maandag, 25 mei 2026Vrede zij u!
woensdag, 1 april 2026Vrede zij met u
zondag, 1 februari 2026Een Moeder feliciteert haar Dochter
donderdag, 18 december 2025Een kerstwens...
donderdag, 30 oktober 2025Over de volharding
donderdag, 4 september 2025Vluchtelingen en migranten
maandag, 30 juni 2025Eropuit...
zaterdag, 26 april 2025Grazie Santo Padre
donderdag, 20 februari 2025Als je gedoopt gaat worden
donderdag, 23 januari 2025Twee concilies centraal in dit Jubeljaar
donderdag, 19 december 2024Pelgrims van hoop?
dinsdag, 1 oktober 2024Het rozenkransgebed
donderdag, 1 augustus 2024Brood uit de hemel
donderdag, 6 juni 2024Op bezoek bij de paus
zondag, 24 maart 2024Het leven overwint de dood
zondag, 28 januari 2024Het mysterie van het kwaad
woensdag, 20 december 2023Vrede op aarde?
donderdag, 2 november 2023Wat gaan we stemmen?
donderdag, 7 september 2023In Gods naam samenkomen
donderdag, 6 juli 2023De stilte in
donderdag, 4 mei 2023Door welke geest laat je je leiden?
donderdag, 2 maart 2023Vasten?
donderdag, 19 januari 2023Verwelkomen - Nabij-zijn - Begeleiden
donderdag, 15 december 2022De stijl van Jezus
donderdag, 6 oktober 2022Vrouwen in de Kerk
donderdag, 4 augustus 2022Leren uit het verleden
donderdag, 2 juni 2022Moedig en principieel
donderdag, 7 april 2022Oog voor het wonder
maandag, 28 februari 2022Aan het begin van de veertigdagentijd
dinsdag, 25 januari 2022Bedankt!



Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose